Art. 257 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, Vereisten inzake beleggingen in securitisatie die niet meer aan de kwalitatieve en de risicobehoudvereisten voldoen

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35

1. Wanneer verzekerings- of herverzekeringsondernemingen zich ervan bewust worden dat de initiator, sponsor of oorspronkelijke kredietverstrekker niet aan de vereisten van artikel 254 voldoet of dat niet aan de vereisten van artikel 256, leden 2 en 3, wordt voldaan, stellen zij de toezichthoudende autoriteit daarvan onverwijld in kennis.

2. Wanneer in enig opzicht als gevolg van nalatigheid of niet-handelen door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming niet aan de vereisten van artikel 256, leden 2 en 3, is voldaan, legt de toezichthoudende autoriteit een evenredige verhoging van het solvabiliteitskapitaalvereiste overeenkomstig lid 3 van het onderhavige artikel op.

3. Bij gebruikmaking van de standaardformule voor de berekening van het spreadrisico als bedoeld in artikel 178, wordt bij de berekening van het in lid 2 van het onderhavige artikel bedoelde verhoogde solvabiliteitskapitaalvereiste het kapitaalvereiste voor het spreadrisico van de betrokken securitisatieposities op de in artikel 178 bedoelde risicofactoren gebaseerd, maar met ten minste 250 % van deze risicofactoren verhoogd.

4. De risicofactoren worden bij elke volgende niet-naleving van de vereisten van artikel 256 geleidelijk verder opgetrokken.

5. Wanneer verzekerings- en herverzekeringsonderneming als gevolg van hun nalatigheid of niet-handelen niet aan een vereiste van artikel 256, leden 4 tot en met 7, van de onderhavige verordening voldoen, beoordelen de toezichthoudende autoriteiten of dat verzuim als een in artikel 37, lid 1, onder c), van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde significante afwijking van het governancesysteem van de onderneming moet worden aangemerkt.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen