Art. 254 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, Risicobehoudvereisten met betrekking tot de initiators, sponsors of oorspronkelijke kredietverstrekkers
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35
1. Voor de toepassing van artikel 135, lid 2, onder a), van Richtlijn 2009/138/EG houdt de initiator, sponsor of oorspronkelijke kredietverstrekker doorlopend een materieel netto economisch belang aan dat in elk geval niet minder mag bedragen dan 5 %, zoals gespecificeerd in lid 2 van het onderhavige artikel, en deelt hij die verbintenis in de documentatie ter regeling van de belegging uitdrukkelijk aan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming mee.
2. Als het aanhouden van een materieel netto economisch belang van niet minder dan 5 % komen uitsluitend in aanmerking:
(a) het aanhouden van niet minder dan 5 % van de nominale waarde van elk van de tranches die aan beleggers zijn verkocht of overgedragen;
(b) bij securitisaties van revolverende blootstellingen in de zin van artikel 242, punt (12), van Verordening (EU) nr. 575/2013, het aanhouden van het initiatorbelang van niet minder dan 5 % van de nominale waarde van de gesecuritiseerde blootstellingen;
(c) het aanhouden van willekeurig gekozen blootstellingen die niet minder dan 5 % vertegenwoordigen van de nominale waarde van de gesecuritiseerde blootstellingen, indien deze anders in de securitisatie zouden zijn betrokken, mits het aantal potentieel gesecuritiseerde blootstellingen bij de initiatie niet minder dan 100 bedraagt;
(d) het aanhouden van de eerste verliestranche en, indien nodig, andere tranches die hetzelfde of een hoger risicoprofiel en geen vroegere vervaldag hebben dan die welke aan beleggers zijn overgedragen of verkocht, zodat de aangehouden waarde in totaal niet minder is dan 5 % van de nominale waarde van de gesecuritiseerde blootstellingen;
(e) het aanhouden van een eerste verliesblootstelling van niet minder dan 5 % van elke gesecuritiseerde blootstelling in de securitisatie.
3. Het netto economisch belang wordt gemeten bij de initiatie. Met betrekking tot het aangehouden netto economisch belang vindt geen kredietrisicolimitering plaats, worden geen baisseposities ingenomen of worden geen andere afdekkingstransacties verricht; het aangehouden netto economisch belang wordt ook niet verkocht. Het netto economisch belang van posten buiten de balanstelling wordt bepaald aan de hand van de nominale waarde ervan.
4. Het in lid 1 bedoelde aangehouden materieel netto economisch belang wordt niet onder de verschillende soorten aanhoudende partijen verdeeld.
5. Het vereiste van lid 1 om een materieel netto economisch belang aan te houden, wordt volledig vervuld door ongeacht welke van de volgende partijen:
(a) de initiator of meerdere initiators;
(b) de sponsor of meerdere sponsors;
(c) de oorspronkelijke kredietverstrekker of meerdere oorspronkelijke kredietverstrekkers.
6. Wanneer de gesecuritiseerde blootstellingen door meerdere initiators zijn gecreëerd, wordt door elke initiator aan het behoudvereiste voldaan met betrekking tot het deel van de totale gesecuritiseerde blootstellingen waarvoor hij de initiator is.
7. Wanneer de gesecuritiseerde blootstellingen door meerdere oorspronkelijke kredietverstrekkers zijn gecreëerd, wordt door elke oorspronkelijke kredietverstrekker aan het behoudvereiste voldaan met betrekking tot het deel van de totale gesecuritiseerde blootstellingen waarvoor hij de oorspronkelijke kredietverstrekker is.
8. Wanneer de gesecuritiseerde blootstellingen door meerdere initiators of meerdere oorspronkelijke kredietverstrekkers zijn gecreëerd, kan, in afwijking van de leden 6 en 7, door één enkele initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker volledig aan het behoudvereiste worden voldaan, mits een van de volgende voorwaarden is vervuld:
(a) het programma of de securitisatieregeling is ingesteld en wordt beheerd door de initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker;
(b) de initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker heeft het programma of de securitisatieregeling ingesteld en heeft meer dan 50 % van de totale gesecuritiseerde blootstellingen bijgedragen.
9. Wanneer de gesecuritiseerde blootstellingen door meerdere sponsors worden ondersteund, wordt aan het behoudvereiste voldaan:
(a) ofwel door de sponsor met het economisch belang dat het best op de beleggers is afgestemd, zoals door de diverse sponsors is overeengekomen op basis van objectieve criteria, zoals de vergoedingsstructuren, de betrokkenheid bij de instelling en het beheer van het programma of de securitisatieregeling, en de blootstelling aan het kredietrisico van de securitisaties;
(b) ofwel door elke sponsor naar rato van het aantal sponsors.