Art. 220 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, Gestandaardiseerde methoden om de ondernemingsspecifieke parameters te berekenen
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35
1. Indien verzekerings- en herverzekeringsondernemingen ondernemingsspecifieke parameters gebruiken, gebruiken zij voor elke parameter de gestandaardiseerde methoden als vastgesteld in bijlage XVII als volgt:
(a) de premierisicomethode voor ondernemingsspecifieke parameters die de standaardparameters vervangen als bedoeld in artikel 218, lid 1, onder a), punt i), onder a), punt ii), onder c, punt i), en onder c, punt ii);
(b) de reserverisicomethode 1 of de rerserverisicomethode 2 voor ondernemingsspecifieke parameters die de standaardparameters vervangen als bedoeld in artikel 218, lid 1, onder a), punt iv), en onder c), punt iv);
(c) de niet-proportioneleherverzekeringsmethode voor ondernemingsspecifieke parameters die de standaardparameters vervangen als bedoeld in artikel 218, lid 1, onder a), punt iii), en onder c), punt iii);
(d) de herzieningsrisicomethode voor ondernemingsspecifieke parameters die de standaardparameters vervangen als bedoeld in 218, lid 1, onder b) en d).
2. Indien de onderneming in staat is meer dan één gestandaardiseerde methode te gebruiken, wordt de methode gebruikt die het meest nauwkeurige resultaat oplevert voor de vervulling van de kalibratievereisten als opgenomen in artikel 101, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG.
Indien echter een onderneming niet in staat is ten aanzien van de grotere nauwkeurigheid in het berekenen van een ondernemingsspecifieke parameter van de resultaten aan te tonen dat de ene gestandaardiseerde methode beter is dan de andere gestandaardiseerde methoden, wordt de methode gebruikt die het conservatiefste resultaat oplevert.