Art. 218 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, Subset van standaardparameters die door ondernemingsspecifieke parameters mogen worden vervangen

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35

1. De subset van standaardparameters die door ondernemingsspecifieke parameters mogen worden vervangen als vastgesteld in artikel 104, lid 7, van Richtlijn 2009/138/EG omvat de volgende parameters:

(a) in de ondermodule premie- en reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf, voor elk segment als vastgesteld in bijlage II van deze verordening:

i) de standaardafwijking voor premierisico in het schadeverzekeringsbedrijf als bedoeld in artikel 117, lid 2, onder a), van deze verordening;

ii) de standaardafwijking voor bruto premierisico in het schadeverzekeringsbedrijf als bedoeld in artikel 117, lid 3, van deze verordening;

iii) de aanpassingsfactor voor niet-proportionele herverzekering als bedoeld in artikel 117, lid 3, van deze verordening, mits er een opneembare schade-excedentherverzekeringsovereenkomst voor dat segment bestaat als vastgesteld in lid 2 van dit artikel;

iv) de standaardafwijking voor reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf als bedoeld in artikel 117, lid 2, onder b), van deze verordening;

(b) in de ondermodule herzieningsrisico in het levensverzekeringsbedijf, de stijging van het bedrag van de lijfrente-uitkeringen als bedoeld in artikel 141 van deze verordening, mits de onder die ondermodule vallende lijfrentes niet aan materieel inflatierisico onderworpen zijn;

(c) in de ondermodule premie- en reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf, voor elk segment als vastgesteld in bijlage XIV van deze verordening:

i) de standaardafwijking voor premierisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf als bedoeld in artikel 148, lid 2, onder a), van deze verordening;

ii) de standaardafwijking voor bruto premierisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf als bedoeld in artikel 148, lid 3, van deze verordening;

iii) de aanpassingsfactor voor niet-proportionele herverzekering als bedoeld in artikel 148, lid 3, van deze verordening, mits er een opneembare schade-excedentherverzekeringsovereenkomst voor dat segment bestaat als vastgesteld in lid 2;

iv) de standaardafwijking voor reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf als bedoeld in artikel 148, lid 2, onder b), van deze verordening;

(d) in de ondermodule herzieningsrisico in het ziekteverzekeringsbedijf, de stijging van het bedrag van de lijfrente-uitkeringen als bedoeld in artikel 158 van deze verordening, mits de onder die ondermodule vallende lijfrentes niet aan materieel inflatierisico onderworpen zijn.

Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen vervangen niet beide standaardparameters als bedoeld in punt a), onder ii) en iii), van hetzelfde segment of beide standaardparameters als bedoeld in punt c), onder ii) en iii), van hetzelfde segment.

2. Een schade-excedentherverzekeringsovereenkomst voor een segment wordt als opneembaar beschouwd mits zij aan de volgende voorwaarden voldoet:

(a) zij voorziet, in zoverre verliezen van de cederende onderneming die betrekking hebben op afzonderlijke schaden of alle schaden krachtens dezelfde verzekeringsovereenkomst gedurende een gespecificeerde termijn groter zijn dan een gespecificeerd resterend risico, in volledige vergoeding van dergelijke verliezen tot een gespecificeerde grens of onbegrensd;

(b) zij dekt alle schaden die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in het segment of homogene risicogroepen binnen het segment gedurende de volgende 12 maanden kan lijden;

(c) zij laat ruimte voor een voldoende aantal wedersamenstellingen tot het oorspronkelijke bedrag om ervoor te zorgen dat alle gedurende de volgende 12 maanden geleden schaden van meervoudige gebeurtenissen gedekt zijn;

(d) zij voldoet aan de artikelen 209, 210, 211 en 213.

Voor de toepassing van dit artikel worden onder „schade-excedentherverzekeringsovereenkomst” ook verstaan regelingen met special purpose vehicles die voorzien in risicocessie die gelijkwaardig is aan die van een schade-excedentherverzekeringsovereenkomst.

3. Indien verzekerings- of herverzekeringsondernemingen verschillende schade-excedentherverzekeringsovereenkomsten hebben gesloten die elk voldoen aan de vereisten als vastgesteld in punt d) van lid 2 en die in combinatie met elkaar voldoen aan de vereisten als vastgesteld in de punten a), b) en c) van lid 2, wordt de combinatie ervan als één opneembare schade-excedentherverzekeringsovereenkomst beschouwd.

4. Voor de toepassing van de punten b) en d) van lid 1 wordt inflatierisico als materieel beschouwd indien het niet in aanmerking nemen ervan bij de berekening van het kapitaalvereiste voor herzieningsrisico de besluitvorming of het oordeel van de gebruikers van die informatie, inclusief de toezichthoudende autoriteiten, zou kunnen beïnvloeden.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen