Art. 111 Richtlijn (EU) 2015/2366, Wijzigingen van Richtlijn 2009/110/EG

Richtlijn (EU) 2015/2366

Richtlijn 2009/110/EG wordt gewijzigd als volgt:

1) Artikel 3 wordt gewijzigd als volgt:

a) lid 1 wordt vervangen door:

„1. Onverminderd deze richtlijn, zijn artikel 5, de artikelen 11 tot en met 17, artikel 19, leden 5 en 6, en de artikelen 20 tot en met 31 van Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad (*2), met inbegrip van de krachtens artikel 15, lid 4, artikel 28, lid 5, en artikel 29, lid 7, daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen, van overeenkomstige toepassing op instellingen voor elektronisch geld.

(*2) Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt en tot wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG, 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en tot intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 35).”;"

b) de leden 4 en 5 worden vervangen door:

„4. De lidstaten staan toe dat instellingen voor elektronisch geld via natuurlijke personen of rechtspersonen die namens hen optreden elektronisch geld overmaken en terugbetalen. Indien de instelling voor elektronisch geld elektronisch geld overmaakt in een andere lidstaat door een beroep te doen op een dergelijke natuurlijke persoon of rechtspersoon, zijn de artikelen 27 tot en met 31, met uitzondering van artikel 29, leden 4 en 5, van Richtlijn (EU) 2015/2366, met inbegrip van de krachtens artikel 28, lid 5, en artikel 29, lid 7, daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen, van overeenkomstige toepassing op deze instelling voor elektronisch geld.

5. Onverminderd lid 4 van dit artikel, geven de instellingen voor elektronisch geld geen elektronisch geld uit via agenten. instellingen voor elektronisch geld mogen via agenten betalingsdiensten aanbieden als bedoeld in artikel 6, lid 1, onder a), van deze richtlijn onder de voorwaarden van artikel 19 van Richtlijn (EU) 2015/2366.”.

2) Aan artikel 18 wordt het volgende lid toegevoegd:

„4. De lidstaten bieden instellingen voor elektronisch geld die vóór 13 januari 2018 hun activiteiten in overeenstemming met deze richtlijn en met Richtlijn 2007/64/EG hebben aangevangen in de lidstaat waar hun hoofdkantoor zich bevindt, de mogelijkheid deze werkzaamheden in de desbetreffende lidstaat of een andere lidstaat tot 13 juli 2018 voort te zetten, zonder dat zij een vergunning krachtens artikel 3 van deze richtlijn hoeven te verkrijgen of hoeven te voldoen aan de overige eisen die in titel II van deze richtlijn zijn neergelegd of waarnaar in titel II van deze richtlijn wordt verwezen.

De lidstaten verplichten de in de eerste alinea bedoelde instellingen voor elektronisch geld ertoe de bevoegde autoriteiten alle dienstige informatie te verstrekken om hen in staat te stellen uiterlijk op 13 juli 2018 te beoordelen of die stellingen voor elektronisch geld aan de eisen van titel II van deze richtlijn voldoen en, zo niet, welke maatregelen moeten worden genomen om naleving te waarborgen, dan wel of het aangewezen is de vergunning in te trekken.

De in de eerste alinea bedoelde instellingen voor elektronisch geld die na verificatie door de bevoegde autoriteiten aan de eisen van titel II blijken te voldoen, krijgen een vergunning en worden opgenomen in het register. Wanneer die instellingen voor elektronisch geld uiterlijk op 13 juli 2018 niet aan de eisen van titel II van deze richtlijn voldoen, wordt het hun verboden elektronisch geld uit te geven.”.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen