Art. 48 Richtlijn (EU) 2015/849

Richtlijn (EU) 2015/849

1. De lidstaten verlangen van de bevoegde autoriteiten dat zij effectief toezien op de naleving van deze richtlijn en dat zij de nodige maatregelen nemen om die naleving te waarborgen.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten over adequate bevoegdheden beschikken, met inbegrip van de bevoegdheid om het verstrekken van elke informatie die van belang is voor het toezicht op de naleving en het uitvoeren van controles af te dwingen, en over toereikende financiële, personele en technische middelen om hun taken te vervullen. De lidstaten zorgen ervoor dat het personeel van die autoriteiten hoge professionele normen, daaronder begrepen normen inzake vertrouwelijkheid en gegevensbescherming, handhaaft, zeer integer is en over de nodige vaardigheden beschikt.

3. In het geval van kredietinstellingen, financiële instellingen en aanbieders van kansspeldiensten hebben de bevoegde autoriteiten versterkte toezichthoudende bevoegdheden.

4. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin de meldingsplichtige entiteit vestigingen exploiteert, erop toezien dat die vestigingen de nationale bepalingen van die lidstaat ter omzetting van deze richtlijn naleven. In het geval van de in artikel 45, lid 9, bedoelde vestigingen, kan dit toezicht mede bestaan in het nemen van passende en evenredige maatregelen om ernstige gebreken die onmiddellijke maatregelen vereisen, aan te pakken. Die maatregelen zijn van tijdelijke aard en worden beëindigd wanneer de gebreken zijn aangepakt, onder meer met de hulp van of in samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de meldingsplichtige entiteit, overeenkomstig artikel 45, lid 2.

5. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin de meldingsplichtige entiteit vestigingen exploiteert, samenwerken met de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin de meldingsplichtige entiteit haar hoofdkantoor heeft, om een doeltreffend toezicht op de naleving van de voorschriften van deze richtlijn te waarborgen.

6. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten bij het toepassen van een op risico gebaseerde aanpak van het toezicht:

a) een helder inzicht hebben in het in hun lidstaat aanwezige witwasrisico en risico van terrorismefinanciering;

b) ter plaatse en op afstand toegang hebben tot alle relevante informatie betreffende de specifieke binnenlandse en internationale risico's die verband houden met de cliënten, producten en diensten van de meldingsplichtige entiteiten, en

c) de frequentie en intensiteit van het toezicht ter plaatse en op afstand bepalen op grond van het risicoprofiel van de meldingsplichtige entiteiten en op het witwasrisico en risico van terrorismefinanciering in die lidstaat.

7. De beoordeling van het risicoprofiel van meldingsplichtige entiteiten inzake witwassen en terrorismefinanciering, daaronder begrepen de risico's inzake niet-naleving, wordt periodiek herbekeken, alsmede wanneer er belangrijke gebeurtenissen of ontwikkelingen inzake hun management en hun bedrijfsactiviteiten hebben plaatsgevonden.

8. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten rekening houden met de mate van beslissingsvrijheid die aan de meldingsplichtige entiteit wordt gelaten en herbezien op passende wijze de risicobeoordelingen die aan deze beslissingsruimte ten grondslag liggen, alsmede de toereikendheid en toepassing van haar interne gedragslijnen, controles en procedures.

9. In het geval van de in artikel 2, lid 1, punt 3), onder a), b) en d), bedoelde meldingsplichtige entiteiten kunnen de lidstaten toestaan dat de in lid 1 van dit artikel bedoelde taken worden verricht door zelfregulerende organen, mits deze organen lid 2 van dit artikel naleven.

10. De ESA's geven uiterlijk op 26 juni 2017 richtsnoeren voor de bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 16 van respectievelijk Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010 betreffende de kenmerken van een op risico gebaseerde aanpak van het toezicht en de maatregelen die moeten worden genomen wanneer toezicht op basis van het risico plaatsvindt. Er wordt specifiek rekening gehouden met de aard en omvang van de bedrijfsactiviteit, en indien passend en evenredig wordt in specifieke maatregelen voorzien.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen