Art. 19 Richtlijn (EU) 2015/849
Wat grensoverschrijdende correspondentrelaties met een respondentinstelling uit een derde land betreft, verlangen de lidstaten, naast de cliëntenonderzoeksmaatregelen als vastgelegd in artikel 13, dat hun kredietinstellingen en financiële instellingen:
a) voldoende informatie over de respondentinstelling verzamelen om een volledig beeld te krijgen van de aard van de bedrijfsactiviteit van de respondent, en op basis van publiekelijk beschikbare informatie de reputatie van de instelling en de kwaliteit van het toezicht bepalen;
b) de AML/CFT-controles van de respondentinstelling beoordelen;
c) toestemming verkrijgen van het hoger leidinggevend personeel voordat zij nieuwe correspondentrelaties aangaan;
d) de respectieve verantwoordelijkheden van elke instelling documenteren;
e) met betrekking tot transitrekeningen („payable-through accounts”) zich ervan vergewissen dat de respondentinstelling de identiteit heeft geverifieerd van, en doorlopend cliëntenonderzoek verricht ten aanzien van, de cliënten die rechtstreeks toegang hebben tot de rekeningen van de correspondentinstelling en dat zij in staat is om op verzoek de relevante cliëntgegevens te verstrekken aan de correspondentinstelling.