Art. 18 Richtlijn (EU) 2015/849
1. In de in de artikelen 19 tot en met 24 bedoelde gevallen en in het geval van natuurlijke personen of juridische entiteiten welke zich bevinden in derde landen die door de Commissie zijn aangemerkt als derde landen met een hoog risico, alsmede in andere gevallen van hoger risico die door de lidstaten of de meldingsplichtige entiteiten als zodanig zijn geïdentificeerd, verlangen de lidstaten dat de meldingsplichtige entiteiten verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen toepassen om die risico's op passende wijze te beheersen en te beperken.
Er moeten niet automatisch verscherpte klantenonderzoeksmaatregelen worden ingeroepen met betrekking tot bijkantoren of meerderheidsdochters van in de Unie gevestigde meldingsplichtige entiteiten welke zich bevinden in derde landen met een hoog risico, indien deze bijkantoren of meerderheidsdochters volledig voldoen aan de op groepsniveau geldende gedragslijnen en procedures overeenkomstig artikel 45. De lidstaten zorgen ervoor dat die gevallen door de meldingsplichtige entiteiten worden behandeld met een op risico gebaseerde aanpak.
2. De lidstaten verlangen dat meldingsplichtige entiteiten, voor zover redelijkerwijs mogelijk is, de achtergrond en het doel onderzoeken van alle complexe en ongebruikelijk grote transacties en alle ongebruikelijke transactiepatronen die geen duidelijk economisch of rechtmatig doel hebben. In het bijzonder verhogen meldingsplichtige entiteiten de intensiteit en de aard van de monitoring van de zakelijke relatie, teneinde te bepalen of die transacties of activiteiten verdacht blijken.
3. De lidstaten en de meldingsplichtige entiteiten houden bij het beoordelen van het witwasrisico en het risico van terrorismefinanciering ten minste rekening met de in bijlage III vermelde factoren die wijzen op omstandigheden welke een potentieel hoger risico vertegenwoordigen.
4. De ESA's geven uiterlijk op 26 juni 2017 richtsnoeren, die gericht zijn tot de bevoegde autoriteiten en krediet- en financiële instellingen, overeenkomstig artikel 16 van respectievelijk Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010, betreffende de risicofactoren die in overweging moeten worden genomen en de maatregelen die moeten worden toegepast in situaties waarin verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen passend zijn. Er wordt specifiek rekening gehouden met de aard en omvang van de bedrijfsactiviteit en, indien zulks passend en evenredig is, wordt er in specifieke maatregelen voorzien.