Art. 50 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014, Controlepercentage en steekproeftrekking voor controles ter plaatse

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014

1. De uitgaven waarop de controles ter plaatse betrekking hebben, bedragen ten minste 5 % van de in artikel 46 bedoelde uitgaven die uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden medegefinancierd en die het betaalorgaan elk kalenderjaar moet betalen.

Wanneer voor een ter plaatse gecontroleerde concrete actie een voorschot of tussentijdse betalingen zijn ontvangen, worden die betalingen in mindering gebracht op de ter plaatse gecontroleerde uitgaven als bedoeld in de eerste alinea.

2. Enkel binnen het betrokken kalenderjaar uitgevoerde controles worden meegeteld voor het bereiken van het in lid 1 bedoelde minimumniveau.

Betalingsaanvragen die na de administratieve controles niet subsidiabel zijn bevonden, worden niet meegeteld voor het bereiken van het in lid 1 bedoelde minimumniveau.

3. Enkel controles die aan alle vereisten van de artikelen 49 en 51 voldoen, worden meegeteld voor het bereiken van het in lid 1 bedoelde minimumniveau.

4. Bij de trekking van de in het kader van lid 1 te controleren steekproef van goedgekeurde concrete acties wordt met name rekening gehouden met:

a) de noodzaak een passende variatie naar soort en omvang van de concrete acties te controleren;

b) de eventueel bij nationale of uniale controles geconstateerde risicofactoren;

c) de bijdrage van de soort concrete actie aan het foutenrisico bij de uitvoering van het plattelandsontwikkelingsprogramma;

d) de noodzaak van een evenwichtige spreiding over de maatregelen en soorten concrete acties;

e) de noodzaak om tussen 30 % en 40 % van de uitgaven op aselecte wijze te kiezen.

5. Wanneer de controles ter plaatse een belangrijke niet-naleving in de context van een bijstandsmaatregel of soort concrete actie aan het licht brengen, verhoogt de bevoegde autoriteit het controlepercentage voor de betrokken maatregel of soort concrete actie het volgende kalenderjaar tot een passend niveau.

6. In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten besluiten om het minimumniveau van de controles ter plaatse die elk kalenderjaar worden uitgevoerd als bedoeld in lid 1 te beperken tot 3 % van het door het Elfpo medegefinancierde bedrag.

De lidstaten kunnen de eerste alinea enkel toepassen indien is voldaan aan de algemene voorwaarden voor het verlagen van het overeenkomstig artikel 62, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1306/2013 door de Commissie vastgestelde minimumniveau van de controles ter plaatse.

Wanneer niet meer aan een van de in de tweede alinea bedoelde voorwaarden wordt voldaan, trekken de lidstaten onmiddellijk hun besluit om het minimumniveau van de controles ter plaatse te beperken in. Zij passen het in lid 1 bedoelde minimumniveau van de controles ter plaatse toe met ingang van het volgende kalenderjaar.

Vorige artikelen

Volgende artikelen