Art. 17, Specifieke eisen met betrekking tot steunaanvragen voor areaalgebonden steunregelingen en betalingsaanvragen voor areaalgebonden bijstandsmaatregelen
1. Ten behoeve van de identificatie van alle landbouwpercelen van het bedrijf en/of niet-landbouwgrond als bedoeld in artikel 14, lid 1, onder d) en e), verstrekt de bevoegde autoriteit de begunstigde het vooraf opgestelde formulier en het bijbehorende grafische materiaal als bedoeld in artikel 72, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 door middel van een GIS-gebaseerde interface, die de verwerking van de ruimtelijke en alfanumerieke gegevens van de aangegeven percelen mogelijk maakt (hierna „geospatiaal steunaanvraagformulier” genoemd).
2. Lid 1 is:
a) met ingang van het aanvraagjaar 2016 van toepassing op een aantal begunstigden dat overeenkomt met het aantal dat nodig is om ten minste 25 % van de totale oppervlakte te dekken die het voorgaande jaar voor de basisbetalingsregeling of de regeling inzake een enkele areaalbetaling is vastgesteld;
b) met ingang van het aanvraagjaar 2017 van toepassing op een aantal begunstigden dat overeenkomt met het aantal dat nodig is om ten minste 75 % van de totale oppervlakte te dekken die het voorgaande jaar voor de basisbetalingsregeling of de regeling inzake een enkele areaalbetaling is vastgesteld;
c) met ingang van het aanvraagjaar 2018 van toepassing op alle begunstigden.
3. Wanneer de begunstigde niet in staat is om de steunaanvraag en/of betalingsaanvraag in te dienen aan de hand van het geospatiale steunaanvraagformulier, verstrekt de bevoegde autoriteit de begungstigde:
a) hetzij de vereiste technische bijstand;
b) hetzij de vooraf opgestelde formulieren en het bijbehorende grafische materiaal op papier. In dit geval brengt de bevoegde autoriteit de van de begunstigde ontvangen informatie over in het geospatiale steunaanvraagformulier.
4. De aan de begunstigde verstrekte vooraf opgestelde formulieren specificeren het subsidiabele maximumareaal per referentieperceel overeenkomstig artikel 5, lid 2, onder a) en b), van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014 en de oppervlakte die het voorgaande jaar per landbouwperceel is vastgesteld in het kader van de basisbetalingsregeling, de regeling inzake een enkele areaalbetaling en/of de areaalgebonden plattelandsontwikkelingsmaatregel.
Het overeenkomstig artikel 72, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 aan de begunstigde verstrekte grafische materiaal geeft de grenzen en de unieke identificatie van de referentiepercelen als bedoeld in artikel 5, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014 en de grenzen van de landbouwpercelen die in het voorgaande jaar zijn vastgesteld aan teneinde de begunstigde in staat te stellen de omvang en ligging van elk landbouwperceel correct aan te geven. Met ingang van het aanvraagjaar 2016 geeft het ook het type, de omvang en de ligging van de in het voorgaande jaar vastgestelde ecologische aandachtsgebieden aan.
5. De oppervlakte van elk landbouwperceel en, in voorkomend geval, het type, de omvang en de ligging van de ecologische aandachtsgebieden worden door de begunstigde ondubbelzinnig geïdentificeerd en opgegeven. Met betrekking tot de vergroeningsbetaling specificeert de begunstigde ook het gebruik van de aangegeven landbouwpercelen.
Hiertoe kan de begunstigde de reeds in het vooraf opgestelde formulier verstrekte informatie bevestigen. Wanneer de informatie over de oppervlakte, de ligging of de grens van het landbouwperceel of, in voorkomend geval, de omvang en ligging van de ecologische aandachtsgebieden onjuist of onvolledig is, corrigeert de begunstigde het vooraf opgestelde formulier of brengt hij er wijzigingen in aan.
Op basis van de door de begunstigden in het vooraf opgestelde formulier verstrekte correcties of aanvullingen beoordeelt de bevoegde autoriteit of een bijwerking van het corresponderende referentieperceel nodig is, gelet op artikel 5, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014.
6. Wanneer de begunstigde gelijkwaardige praktijken overeenkomstig artikel 43, lid 3, onder a), van Verordening (EU) nr. 1307/2013 verricht middels verbintenissen die zijn aangegaan overeenkomstig artikel 39, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (14) of artikel 28, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1305/2013, wordt de verbintenis vermeld in de steunaanvraag onder verwijzing naar de corresponderende betalingsaanvraag.
Wanneer de begunstigde gelijkwaardige praktijken verricht middels nationale of regionale milieucertificeringsregelingen overeenkomstig artikel 43, lid 3, onder b), van Verordening (EU) nr. 1307/2013, zijn de leden 4 en 5 van het onderhavige artikel van overeenkomstige toepassing op het vooraf opgestelde formulier en de verklaring van de begunstigde.
Bij de regionale of collectieve tenuitvoerlegging overeenkomstig artikel 46, leden 5 en 6, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 en voor het deel van de verplichtingen inzake ecologische aandachtsgebieden waaraan de begunstigden individueel moeten voldoen, wordt door de aan die regionale of collectieve tenuitvoerlegging deelnemende begunstigden, voor elk landbouwperceel, het type, de omvang en de ligging van het ecologisch aandachtsgebied ondubbelzinnig geïdentificeerd en opgegeven overeenkomstig artikel 5 van het onderhavige artikel. In hun steunaanvraag of betalingsaanvraag verwijzen de begunstigden naar de verklaring van een regionale of collectieve tenuitvoerlegging als bedoeld in artikel 18 van de onderhavige verordening.
7. Voor overeenkomstig artikel 32, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 voor de productie van hennep gebruikte arealen bevat de verzamelaanvraag:
a) alle informatie die nodig is voor de identificatie van de met hennep ingezaaide percelen, met een opgave van de gebruikte henneprassen;
b) een opgave van de gebruikte hoeveelheden zaaizaad (kilogram per hectare);
c) de overeenkomstig Richtlijn 2002/57/EG van de Raad (15), en met name artikel 12 daarvan, op de verpakking van het zaaizaad gebruikte officiële etiketten of andere door de betrokken lidstaat als gelijkwaardig erkende documenten.
In afwijking van lid 1, onder c), worden de etiketten, indien de inzaai na de uiterste datum voor de indiening van de verzamelaanvraag plaatsvindt, uiterlijk op 30 juni ingediend. In het geval dat de etiketten ook bij andere nationale autoriteiten moeten worden ingediend, kunnen de lidstaten bepalen dat die etiketten aan de begunstigde worden teruggegeven nadat zij overeenkomstig dat punt zijn ingediend. Op de teruggegeven etiketten wordt vermeld dat zij voor een aanvraag zijn gebruikt.
8. Voor de gewasspecifieke betaling voor katoen als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bevat de verzamelaanvraag:
a) de naam van het ras van het gebruikte katoenzaad;
b) in voorkomend geval, de naam en het adres van de erkende brancheorganisatie waarvan de begunstigde lid is.
9. Arealen die niet worden gebruikt voor de in de titels III, IV en V van Verordening (EU) nr. 1307/2013 vastgestelde steunregelingen of voor de steunmaatregelen in de wijnsector als bedoeld in Verordening (EU) nr. 1308/2013 worden aangegeven in een of meer rubrieken „andere vormen van grondgebruik”.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 5 oktober 2021, ECLI:NL:CBB:2021:916
- CBb 23 juli 2019, ECLI:NL:CBB:2019:305
- CBb 13 november 2018, ECLI:NL:CBB:2018:613
- CBb 14 augustus 2018, ECLI:NL:CBB:2018:424
- CBb 18 december 2018, ECLI:NL:CBB:2018:674
- CBb 9 oktober 2018, ECLI:NL:CBB:2018:535
- CBb 11 mei 2021, ECLI:NL:CBB:2021:487
- CBb 30 maart 2021, ECLI:NL:CBB:2021:355
- CBb 25 februari 2020, ECLI:NL:CBB:2020:107
- CBb 25 februari 2020, ECLI:NL:CBB:2020:106
- CBb 23 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:175
- CBb 20 november 2018, ECLI:NL:CBB:2018:617
- CBb 13 november 2018, ECLI:NL:CBB:2018:612
- CBb 18 september 2018, ECLI:NL:CBB:2018:501
- CBb 11 september 2018, ECLI:NL:CBB:2018:481
- CBb 8 mei 2018, ECLI:NL:CBB:2018:324
- CBb 4 april 2018, ECLI:NL:CBB:2018:189
- CBb 11 april 2018, ECLI:NL:CBB:2018:163
- CBb 11 april 2018, ECLI:NL:CBB:2018:162
- CBb 11 april 2018, ECLI:NL:CBB:2018:150