Art. 11 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014, Vereenvoudiging van procedures
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014
1. Tenzij in de Verordeningen (EU) nr. 1305/2013, (EU) nr. 1306/2013 en (EU) nr. 1307/2013, Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014 of de onderhavige verordening anders is bepaald, kunnen de lidstaten toestaan of verlangen dat enigerlei mededelingen overeenkomstig de onderhavige verordening van de begunstigde aan de autoriteiten en omgekeerd worden gedaan met behulp van elektronische middelen, op voorwaarde dat dit niet tot discriminatie tussen begunstigden leidt en passende maatregelen worden genomen om met name te waarborgen dat:
a) de begunstigde ondubbelzinnig wordt geïdentificeerd;
b) de begunstigde aan alle in het kader van de betrokken regeling inzake rechtstreekse betalingen of de betrokken plattelandsontwikkelingsmaatregel gestelde eisen voldoet;
c) de verzonden gegevens betrouwbaar zijn met het oog op een goed beheer van de betrokken regeling inzake rechtstreekse betalingen of de betrokken plattelandsontwikkelingsmaatregel. Wanneer wordt gebruikgemaakt van de gegevens in het in artikel 2, lid 1, tweede alinea, punt 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014 gedefinieerde geautomatiseerde gegevensbestand voor dieren, biedt dat gegevensbestand de mate van zekerheid en implementatie die voor een goed beheer van de betrokken regeling inzake rechtstreekse betalingen of de betrokken plattelandsontwikkelingsmaatregel nodig is;
d) indien begeleidende documenten niet langs elektronische weg kunnen worden verzonden, die documenten door de bevoegde autoriteiten worden ontvangen binnen dezelfde termijnen als die voor verzending zonder elektronische middelen.
2. Wat de indiening van steunaanvragen of betalingsaanvragen betreft, kunnen de lidstaten onder de in lid 1 bepaalde voorwaarden voorzien in vereenvoudigde procedures voor het geval dat de autoriteiten reeds over bepaalde gegevens beschikken, en met name voor het geval dat de situatie niet is veranderd sinds de meest recente indiening van een steunaanvraag of betalingsaanvraag in het kader van de betrokken regeling inzake rechtstreekse betalingen of de betrokken plattelandsontwikkelingsmaatregel overeenkomstig artikel 72, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1306/2013. De lidstaten kunnen besluiten gegevens uit gegevensbronnen van de nationale autoriteiten voor de steunaanvragen en betalingsaanvragen te gebruiken. In dat geval zorgen de lidstaten ervoor dat die gegevensbronnen de mate van zekerheid bieden die voor een goed beheer van de gegevens nodig is teneinde de betrouwbaarheid, integriteit en veiligheid van die gegevens te waarborgen.
3. Indien mogelijk, kan de bevoegde autoriteit de informatie die wordt verlangd in samen met de steunaanvraag of betalingsaanvraag in te dienen bewijsstukken, rechtstreeks bij de bron van de informatie inwinnen.