Art. 5 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 808/2014, Wijziging van nationale kaders
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 808/2014
1. Artikel 30 van Verordening (EU) nr. 1303/2013, artikel 11 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 en artikel 4, lid 1, onder b) en c), van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing op wijzigingen van nationale kaders.
2. Lidstaten die ervoor hebben gekozen nationale kaders in te dienen die de in artikel 6, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde tabel bevatten, kunnen, rekening houdend met de mate van uitvoering van hun verschillende programma’s, op die tabel betrekking hebbende wijzigingen van het nationale kader bij de Commissie indienen.
3. Nadat de Commissie de in lid 2 bedoelde wijzigingen heeft goedgekeurd, past zij de in artikel 8, lid 1, onder h), van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde financieringsplannen van de betreffende programma’s aan de herziene tabel aan, op voorwaarde dat:
a) de totale Elfpo-bijdrage per programma voor de gehele programmeringsperiode niet wordt gewijzigd;
b) de totale Elfpo-toewijzing aan de betrokken lidstaat niet wordt gewijzigd;
c) de verdelingen over de jaren voor de programma’s niet worden gewijzigd wat de jaren vóór het jaar van de herziening betreft;
d) de jaarlijkse Elfpo-toewijzing aan de betrokken lidstaat in acht wordt genomen;
e) de totale Elfpo-bijdrage voor milieu- en klimaatgerelateerde maatregelen zoals bepaald in artikel 59, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 in acht wordt genomen.
4. Behalve in geval van noodmaatregelen wegens natuurrampen of rampzalige gebeurtenissen die officieel door de bevoegde nationale overheidsinstantie zijn erkend, wijzigingen van het rechtskader, of uit de in artikel 21 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 bedoelde evaluatie van de prestaties voortvloeiende wijzigingen, mogen verzoeken tot wijziging van het in lid 2 bedoelde nationale kader slechts een keer per kalenderjaar vóór 1 april worden ingediend. In afwijking van artikel 4, lid 2, tweede alinea, mogen programmawijzigingen die uit een dergelijke herziening voortvloeien, worden ingediend naast een voor hetzelfde jaar ingediend verzamelwijzigingsvoorstel.
5. De uitvoeringshandeling tot goedkeuring van de wijziging wordt tijdig goedgekeurd, zodat er voldoende tijd is om de respectieve vastleggingen in de begroting te wijzigen vóór het einde van het jaar waarin de herziening is ingediend.