Art. 4 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 808/2014, Wijzigingen van plattelandsontwikkelingsprogramma’s

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 808/2014

1. Voorstellen tot wijziging van plattelandsontwikkelingsprogramma’s en specifieke programma’s voor het opzetten en het functioneren van de nationale netwerken voor het platteland bevatten met name de volgende informatie:

a) de aard van de voorgestelde wijziging;

b) de redenen en/of uitvoeringsproblemen die de wijziging rechtvaardigen;

c) de verwachte effecten van de wijziging;

d) de gevolgen van de wijziging voor de indicatoren;

e) het verband tussen de wijziging en de in titel II, hoofdstuk II, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 bedoelde partnerschapsovereenkomst.

2. Programmawijzigingen van de in artikel 11, onder a), i), van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde soort mogen in de loop van de programmeringsperiode niet meer dan drie keer worden voorgesteld.

Per kalenderjaar en per programma mag een verzamelwijzigingsvoorstel voor alle andere soorten wijzigingen samen worden ingediend, met uitzondering van het jaar 2023, waarin meerdere wijzigingsvoorstellen mogen worden ingediend voor wijzigingen die uitsluitend betrekking hebben op de aanpassing van het financiële plan, met inbegrip van eventuele wijzigingen van het indicatorplan die daaruit voortvloeien.

De eerste en de tweede alinea zijn niet van toepassing:

a) indien noodmaatregelen moeten worden genomen wegens natuurrampen of rampzalige gebeurtenissen die officieel door de bevoegde nationale overheidsinstantie zijn erkend, of

b) indien naar aanleiding van een wijziging van het rechtskader van de Unie een wijziging vereist is, of

c) na de in artikel 21 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 bedoelde evaluatie van de prestaties, of

d) in geval van een wijziging van de in artikel 8, lid 1, onder h), i), van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde voor elk jaar geplande Elfpo-steun die voortvloeit uit in artikel 58, lid 7, van die verordening bedoelde ontwikkelingen van de jaarlijkse verdeling per lidstaat.

3. De lidstaten dienen hun laatste programmawijziging van de in artikel 11, onder a), iii), van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde soort uiterlijk op 30 september 2020 bij de Commissie in.

Andere soorten programmawijzigingen worden uiterlijk op 30 september 2023 bij de Commissie ingediend.

4. Indien een programmawijziging een van de gegevens wijzigt die in de in artikel 6, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde tabel van het nationale kader zijn opgenomen, impliceert de goedkeuring van de programmawijziging de goedkeuring van de overeenkomstige herziening van die tabel.

Vorige artikelen

Volgende artikelen