Art. 20 Verordening (EU) nr. 652/2014, Subsidiabele kosten
De volgende kosten die de lidstaten bij de uitvoering van de in artikel 19 bedoelde programma’s voor onderzoek maken, kunnen in aanmerking komen voor subsidies uit hoofde van dat artikel:
a) bemonsteringskosten;
b) kosten voor tests, mits deze beperkt zijn tot:
i) kosten voor testkits, reagentia en verbruiksgoederen die identificeerbaar zijn en specifiek voor de uitvoering van de tests worden gebruikt;
ii) kosten voor personeel dat rechtstreeks betrokken is bij de uitvoering van de tests, ongeacht de status van dat personeel;
c) in uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen: kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van andere dan de onder a) en b) bedoelde maatregelen die noodzakelijk blijken, op voorwaarde dat die maatregelen vermeld zijn in het in artikel 22, leden 3 en 4, bedoelde subsidiebesluit.