Art. 4 Verordening (EU) nr. 651/2014, Aanmeldingsdrempels

Verordening (EU) nr. 651/2014

1. Deze verordening is niet van toepassing op steun die de volgende drempels overschrijdt:

a) voor regionale investeringssteun: het bijgestelde steunbedrag, berekend volgens het in artikel 2, punt 20, vastgestelde mechanisme, voor een investering met 100 miljoen EUR in aanmerking komende kosten;

b) voor regionale stadsontwikkelingssteun: 20 miljoen EUR, zoals vastgesteld in artikel 16, lid 3;

c) voor investeringssteun voor kmo's: 7,5 miljoen EUR per onderneming per investeringsproject;

d) voor consultancysteun voor kmo's: 2 miljoen EUR per onderneming per project;

e) voor steun aan kmo's ten behoeve van de deelneming aan beurzen: 2 miljoen EUR per onderneming per jaar;

f) voor steun aan kmo's ten behoeve van samenwerkingskosten gemaakt door de deelname aan projecten voor Europese territoriale samenwerking (ETC): 2 miljoen EUR per onderneming per project;

g) voor risicofinancieringssteun: 15 miljoen EUR per in aanmerking komende onderneming, zoals vastgesteld in artikel 21, lid 9;

h) voor steun ten behoeve van startersbedrijven: de per onderneming in artikel 22, leden 3, 4 en 5, vastgestelde bedragen;

i) voor steun voor onderzoek en ontwikkeling:

i) indien het project overwegend fundamenteel onderzoek is: 40 miljoen EUR per onderneming per project; Dat is het geval wanneer meer dan de helft van de in aanmerking komende kosten van het project wordt gemaakt voor activiteiten die binnen de categorie „fundamenteel onderzoek” vallen;

ii) indien het project overwegend industrieel onderzoek is: 20 miljoen EUR per onderneming per project; Dat is het geval wanneer meer dan de helft van de in aanmerking komende kosten van het project wordt gemaakt voor activiteiten die binnen de categorie „fundamenteel onderzoek” vallen of binnen de beide categorieën „industrieel onderzoek” en „fundamenteel onderzoek” samen;

iii) indien het project overwegend experimenteel onderzoek is: 15 miljoen EUR per onderneming per project; Dat is het geval wanneer meer dan de helft van de in aanmerking komende kosten van het project wordt gemaakt voor activiteiten die binnen de categorie „experimenteel onderzoek” vallen;

iv) indien het project een EUREKA-project is of ten uitvoer wordt gelegd in het kader van een gemeenschappelijke onderneming opgericht op grond van artikel 185 of artikel 187 van het Verdrag, worden de in de punten i), ii) en iii) genoemde bedragen verdubbeld;

v) indien de steun aan onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten wordt toegekend in de vorm van terugbetaalbare voorschotten die, bij gebreke van een geaccepteerde methode om het bruto-subsidie-equivalent ervan te berekenen, worden uitgedrukt als een percentage van de in aanmerking komende kosten, en de maatregel erin voorziet dat, ingeval van een succesvolle uitkomst van het project als omschreven op basis van een redelijke en prudente hypothese, de voorschotten zullen worden terugbetaald, vermeerderd met een rente die ten minste gelijk is aan de op het tijdstip van de steunverlening toepasselijke disconteringsvoet, kunnen de in de punten i) tot en met iv) bedoelde bedragen worden verhoogd met 50 %;

vi) indien het steun betreft voor technische haalbaarheidsstudies ter voorbereiding van onderzoeksactiviteiten: 7,5 miljoen EUR per studie;

j) voor investeringssteun voor onderzoeksinfrastructuur: 20 miljoen EUR per infrastructuur;

k) voor steun voor innovatieclusters: 7,5 miljoen EUR per cluster;

l) voor innovatiesteun voor kmo's: 5 miljoen EUR per onderneming per project;

m) voor steun voor proces- en organisatie-innovatie: 7,5 miljoen EUR per onderneming per project;

n) voor opleidingssteun: 2 miljoen EUR per opleidingsproject;

o) voor steun voor de aanwerving van kwetsbare werknemers: 5 miljoen EUR per onderneming per jaar;

p) voor steun in de vorm van loonsubsidies ten behoeve van de tewerkstelling van werknemers met een handicap: 10 miljoen EUR per onderneming per jaar;

q) voor steun ter compensatie van de bijkomende kosten voor de tewerkstelling van werknemers met een handicap: 10 miljoen EUR per onderneming per jaar;

r) voor steun ter compensatie van de kosten voor de begeleiding van kwetsbare werknemers: 5 miljoen EUR per onderneming per jaar;

s) voor investeringssteun voor milieubescherming, met uitsluiting van investeringssteun voor de sanering van verontreinigde terreinen en steun voor het distributienetwerk-gedeelte van energie-efficiënte stadsverwarmings- en stadskoelingsinstallaties: 15 miljoen EUR per onderneming per investeringsproject;

t) voor investeringssteun ten behoeve van energie-efficiëntieprojecten: 10 miljoen EUR, zoals vastgesteld in artikel 39, lid 5;

u) voor investeringssteun voor de sanering van verontreinigde terreinen: 20 miljoen EUR per onderneming per investeringsproject;

v) voor exploitatiesteun ten behoeve van de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen en exploitatiesteun ter bevordering van energie uit hernieuwbare energiebronnen in kleinschalige installaties: 15 miljoen EUR per onderneming per project. Wanneer de steun wordt toegekend via een concurrerende biedprocedure op grond van artikel 42: 150 miljoen EUR per jaar, rekening houdende met het gecombineerde budget van alle onder artikel 42 vallende regelingen;

w) voor investeringssteun voor het distributienetwerk voor stadsverwarming of -koeling: 20 miljoen EUR per onderneming per investeringsproject;

x) voor investeringssteun voor energie-infrastructuur: 50 miljoen EUR per onderneming per investeringsproject;

y) voor steun ten behoeve van breedbandinfrastructuur: 70 miljoen EUR van de totale kosten per project;

z) voor investeringssteun voor cultuur en instandhouding van het erfgoed: 100 miljoen EUR per project; voor exploitatiesteun voor cultuur en instandhouding van het erfgoed: 50 miljoen EUR per onderneming per jaar;

aa) voor steunregelingen voor audiovisuele werken: 50 miljoen EUR per regeling per jaar;

bb) voor investeringssteun voor sportinfrastructuur en multifunctionele infrastructuur: 15 miljoen EUR of de totale kosten indien deze meer dan 50 miljoen EUR per project bedragen; voor exploitatiesteun voor sportinfrastructuur: 2 miljoen EUR per infrastructuurvoorziening per jaar, en

cc) voor investeringssteun voor lokale infrastructuurvoorzieningen: 10 miljoen EUR of de totale kosten indien deze meer dan 20 miljoen EUR bedragen voor dezelfde infrastructuurvoorziening.

2. De in lid 1 vastgestelde of bedoelde drempels worden niet omzeild door de steunregelingen of steunprojecten kunstmatig op te splitsen.