Art. 52 Verordening (EU) nr. 600/2014, Verslagen en herziening
1. Uiterlijk op 3 maart 2019 brengt de Commissie na raadpleging van de ESMA verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over het effect in de praktijk van de transparantieverplichtingen die zijn vastgelegd in de artikelen 3 tot en met 13, in het bijzonder over het effect van het in artikel 5 beschreven volumebeperkingsmechanisme, met inbegrip van de kosten van het verhandelen voor in aanmerking komende tegenpartijen en professionele cliënten en de handel in aandelen van ondernemingen met klein en middelgroot kapitaal, en over de doeltreffendheid ervan bij het waarborgen dat het gebruik van de desbetreffende ontheffingen de prijsvorming niet schaadt en over de wijze waarop een passende regeling inzake het opleggen van sancties voor inbreuken op de volumebeperking zou kunnen werken, en de toepassing en verdere gepastheid van de ontheffingen van de verplichtingen tot pretransactionele transparantie op grond van artikel 4, leden 2 en 3, en artikel 9, leden 2 tot en met 5.
2. In het in lid 1 bedoelde verslag wordt het effect van het gebruik van de ontheffing op grond van artikel 4, lid 1, onder a) en onder b), punt i), en van het volumebeperkingsmechanisme op grond van artikel 5 op de Europese markten in eigenvermogensinstrumenten beschreven, met bijzondere verwijzing naar:
a) het niveau en de trend van de handel in niet-transparante orderboeken gebaseerde handel binnen de Unie vanaf de invoering van deze verordening;
b) het effect op de pretransactionele transparante nominale spreads;
c) het effect op de diepte van de liquiditeit op transparante orderboeken;
d) het effect op het concurrentievermogen en op beleggers binnen de Unie;
e) het effect op de handel in aandelen van ondernemingen met klein en middelgroot kapitaal;
f) ontwikkelingen op internationaal niveau en besprekingen met derde landen en internationale organisaties.
3. Indien in het verslag wordt geconcludeerd dat het gebruik van de ontheffing op grond van artikel 4, lid 1, onder a) en, onder b), punt i), schadelijk is voor de prijsvorming of voor de handel in aandelen van ondernemingen met klein en middelgroot kapitaal, doet de Commissie voorstellen, ook tot wijziging van deze verordening, met betrekking tot het gebruik van die ontheffingen. Die voorstellen bevatten een effectbeoordeling van de voorgestelde wijzigingen en houden rekening met de doelstellingen van deze verordening en met de gevolgen wat betreft marktverstoring en concurrentievermogen, en de mogelijke effecten op beleggers in de Unie.
4. Uiterlijk op 3 maart 2019 brengt de Commissie, na raadpleging van de ESMA, verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over het functioneren van artikel 26, onder meer over de vraag of de inhoud en vorm van de transactiemeldingen die zijn ontvangen en uitgewisseld tussen bevoegde autoriteiten, uitgebreid toezicht op de activiteiten van beleggingsondernemingen overeenkomstig artikel 26, lid 1, mogelijk maken. De Commissie kan passende voorstellen doen, waaronder de eis dat transacties worden gemeld aan een door de ESMA aangewezen systeem in plaats van aan de bevoegde autoriteiten, zodat de betrokken bevoegde autoriteiten toegang krijgen tot alle informatie die op grond van dit artikel is gemeld in het kader van deze verordening en Richtlijn 2014/65/EU en voor het opsporen van handel met voorwetenschap en marktmisbruik overeenkomstig Verordening (EU) nr. 596/2014.
5. Uiterlijk op 3 maart 2019 brengt de Commissie, na raadpleging van de ESMA, verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over passende oplossingen voor het verminderen van informatieasymmetrieën tussen marktdeelnemers alsook over instrumenten voor toezichthouders om beter toe te zien op de noteringsactiviteiten op handelsplatforms. In dat verslag wordt in ieder geval de mogelijkheid beoordeeld tot ontwikkeling van een Europees beste bied- en laatprijssysteem voor geconsolideerde noteringen met het oog op de verwezenlijking van deze doelstellingen.
6. Uiterlijk op 3 maart 2019 brengt de Commissie, na raadpleging van de ESMA, verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de vooruitgang die is geboekt met betrekking tot de verplaatsing van de handel in gestandaardiseerde otc-derivaten naar beurzen of elektronische handelsplatformen overeenkomstig de artikelen 25 en 28.
7. Uiterlijk op 3 juli 2019 brengt de Commissie, na raadpleging van de ESMA, verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de ontwikkeling van de prijzen ten behoeve van gegevens met betrekking tot transparantie voor en na de handel van gereglementeerde markten, MTF’s, OTF’s, APA’s en verstrekkers van consolidated tape.
8. Uiterlijk op 3 juli 2019 brengt de Commissie, na raadpleging van de ESMA, verslag uit aan de het Europees Parlement en de Raad ter evaluatie van de interoperabiliteitsbepalingen in artikel 36 van deze verordening en in artikel 8 van Verordening (EU) nr. 648/2012.
9. Uiterlijk op 3 juli 2019 brengt de Commissie, na raadpleging van de ESMA, verslag uit aan de het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van de artikelen 35 en 36 van deze verordening en de artikelen 7 en 8 van Verordening (EU) nr. 648/2012.
Uiterlijk op 3 juli 2021 brengt de Commissie, naar raadpleging van de ESMA, verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van artikel 37.
10. Uiterlijk op 3 juli 2019 brengt de Commissie, na raadpleging van de ESMA, verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over het effect van de artikelen 35 en 36 van deze verordening op pas opgerichte en vergunninghoudende CTP’s als bedoeld in artikel 35, lid 5, en op handelsplatforms die nauwe banden met die CTP’s hebben, en over de vraag of de in artikel 35, lid 5, genoemde overgangsregeling moet worden uitgebreid, waarbij de mogelijke voordelen van een beter concurrentievermogen voor de consument en de mate waarin marktdeelnemers een keuze hebben, worden afgewogen tegen het mogelijke onevenredige effect van die bepalingen op pas opgerichte en vergunninghoudende CTP’s en de beperkingen van deelnemers op lokale markten om toegang te krijgen tot mondiale CTP’s en het soepel functioneren van de markt.
Afhankelijk van de conclusies van dat verslag kan de Commissie overeenkomstig artikel 50 een gedelegeerde handeling vaststellen om de overgangsperiode overeenkomstig artikel 35, lid 5, met maximaal 30 maanden te verlengen.
11. Uiterlijk op 3 juli 2019 brengt de Commissie, na raadpleging van de ESMA, verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de vraag of de in artikel 36, lid 5 (nieuw), genoemde drempel geschikt blijft en of de opt-out-regeling voor op de beurs verhandelde derivaten beschikbaar blijft.
12. Uiterlijk op 3 juli 2016 legt de Commissie op basis van een door de ESMA in overleg met het ESRB verrichte risicobeoordeling, een verslag voor aan het Europees Parlement en de Raad waarin wordt beoordeeld of op de beurs verhandelde derivaten tijdelijk van de werkingssfeer van de artikelen 35 en 36 moeten worden uitgesloten. In dat verslag wordt rekening gehouden met eventuele risico’s voor de stabiliteit en de ordelijke werking van de financiële markten in de gehele Unie die voortvloeien uit de bepalingen inzake open toegang met betrekking tot op de beurs verhandelde derivaten.
Afhankelijk van de conclusies van dat verslag kan de Commissie overeenkomstig artikel 50 een gedelegeerde handeling vaststellen om op de beurs verhandelde derivaten voor een periode tot dertig maanden, te rekenen vanaf de datum van toepassing van deze verordening, uit te sluiten van de werkingssfeer van de artikelen 35 en 36 tot hoogstens 30 maanden na 3 januari 2017.