Art. 29 GTM-kaderverordening, Bewijsvoering in ECB-toezichtprocedures

Verordening (EU) nr. 468/2014 (GTM-kaderverordening)

1. Ter vaststelling van de feiten van een geval, maakt de ECB gebruik van alle bewijsmiddelen die zij na zorgvuldige afweging passend acht.

2. De partijen zullen met inachtneming van Unierecht de ECB assisteren bij de vaststelling van de feiten van het geval. In het bijzonder zullen de partijen de aan hen bekende feiten naar waarheid opgeven, met inachtneming van de beperkingen met betrekking tot sanctieprocedures op basis van Unierecht.

3. De ECB kan een tijdslimiet bepalen waarbinnen de partijen bewijsmiddelen kunnen aanleveren.

Vorige artikelen

Volgende artikelen