Art. 28 GTM-kaderverordening, Algemene verplichtingen van de ECB en de partijen bij een ECB-toezichtprocedure

Verordening (EU) nr. 468/2014 (GTM-kaderverordening)

1. Een ECB-toezichtprocedure kan ambtshalve worden geïnitieerd of op verzoek van een partij. Met inachtneming van lid 3 stelt de ECB de feiten vast die van belang zijn voor de vaststelling van haar uiteindelijke besluit in iedere ambtshalve geïnitieerde ECB-toezichtprocedure.

2. De ECB houdt bij haar beoordeling rekening met alle relevante omstandigheden.

3. Met inachtneming van Unierecht wordt een partij geacht deel te nemen aan een ECB-toezichtprocedure en assistentie te verlenen bij het verduidelijken van de feiten. In ECB-toezichtprocedures die zijn geïnitieerd op verzoek van een partij, kan de ECB haar feitenbepaling beperken tot een verzoek aan de partij tot verschaffing van de relevante feitelijke informatie.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen