Art. 114 GTM-kaderverordening, Onderzoeksbevoegdheden krachtens artikel 10 tot en met 13 van de GTM-verordening onder het regime van nauwe samenwerking

Verordening (EU) nr. 468/2014 (GTM-kaderverordening)

1. De bepalingen van deel XI die betrekking hebben op samenwerking uit hoofde van artikel 10 tot en met 13 van de GTM-verordening zijn mutatis mutandis van toepassing op onder toezicht staande entiteiten en onder toezicht staande groepen in deelnemende lidstaten in nauwe samenwerking.

2. Een NBA in nauwe samenwerking maakt gebruik van de onderzoeksbevoegdheden uit hoofde van artikel 10 tot en met 13 van de GTM-verordening met inachtneming van de instructies van de ECB.

3. Een NBA in nauwe samenwerking brengt de ECB op de hoogte van haar bevindingen die met behulp van de onderzoeksbevoegdheden op basis van artikel 10 tot en met 13 van de GTM-verordening naar voren zijn gekomen.

4. Een NBA in nauwe samenwerking zorgt ervoor dat benoemde ECB-personeelsleden als waarnemers kunnen deelnemen aan ieder onderzoek op basis van artikel 10 tot en met 13 van de GTM-verordening.

Vorige artikelen

Volgende artikelen