Art. 111 GTM-kaderverordening, Gezamenlijke procedures onder het regime van nauwe samenwerking
Verordening (EU) nr. 468/2014 (GTM-kaderverordening)
1. De bepalingen van deel V met betrekking tot gezamenlijke procedures zijn mutatis mutandis van toepassing op onder toezicht staande entiteiten en onder toezicht staande groepen in de deelnemende lidstaten in nauwe samenwerking, met inachtneming van de bepalingen van dit artikel.
2. Een NBA in nauwe samenwerking zorgt ervoor dat de in deel V vastgelegde procedures toegepast kunnen worden met betrekking tot onder toezicht staande entiteiten die zijn gevestigd in haar lidstaat. De NBA in nauwe samenwerking zorgt er in het bijzonder voor dat de ECB alle informatie en documentatie ontvangt die zij nodig heeft om de aan haar bij de GTM-verordening opgedragen taken uit te kunnen oefenen.
3. Indien zich omstandigheden voordoen ten aanzien waarvan deel V bepaalt dat de ECB een besluit richt tot een onder toezicht staande entiteit of onder toezicht staande groep, geeft de ECB, in plaats van een besluit te richten tot de onder toezicht staande entiteit of onder toezicht staande groep, instructies aan de NBA in nauwe samenwerking, waarop die NBA een besluit richt tot een onder toezicht staande entiteit of onder toezicht staande groep in overeenstemming met dergelijke instructies.
4. Indien zich omstandigheden voordoen ten aanzien waarvan deel V bepaalt dat de betreffende NBA een ontwerpbesluit voorbereidt, dient een NBA in nauwe samenwerking een ontwerpbesluit in bij de ECB en verzoekt om instructies.