Art. 3 Richtlijn 2014/67/EU, Bevoegde instanties en verbindingsbureaus
Voor de toepassing van deze richtlijn wijzen de lidstaten overeenkomstig het nationale recht en/of de nationale praktijk een of meer bevoegde instanties aan, waartoe ook de in artikel 4 van Richtlijn 96/71/EG bedoelde verbindingsbureaus kunnen behoren. De lidstaten houden er bij het aanwijzen van hun bevoegde instanties rekening mee dat de bescherming van de uitgewisselde informatie en van de wettelijke rechten van natuurlijke en rechtspersonen die geschonden kunnen worden, wordt gegarandeerd. De lidstaten blijven in laatste instantie verantwoordelijk voor het garanderen van de gegevensbescherming en de wettelijke rechten van betrokkenen en stellen daarvoor passende mechanismen in.
Lidstaten delen de contactgegevens van de bevoegde instanties aan de Commissie en de andere lidstaten mede. De Commissie publiceert de lijst van bevoegde instanties en verbindingsbureaus en werkt die op gezette tijden bij.
De andere lidstaten en de instellingen van de Unie respecteren de door iedere lidstaat gemaakte keuze van bevoegde instantie(s).