Art. 98 Richtlijn 2014/59/EU, Uitwisseling van vertrouwelijke informatie

Richtlijn 2014/59/EU

1. De lidstaten dragen er zorg voor dat afwikkelingsautoriteiten, bevoegde autoriteiten en bevoegde ministeries alleen vertrouwelijke informatie, met inbegrip van afwikkelingsplannen, met betrokken autoriteiten van derde landen uitwisselen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) de betrokken autoriteiten van derde landen zijn onderworpen aan vereisten en normen inzake het beroepsgeheim die door de betrokken autoriteiten ten minste gelijk worden geacht met de door artikel 84 opgelegde vereisten en normen.

Voor zover als de uitwisseling van informatie ook persoonsgegevens omvat, geldt voor de verwerking en doorgifte van deze persoonsgegevens aan de autoriteiten van derde landen het toepasselijke recht van de Unie en de lidstaten inzake gegevensbescherming.

b) de informatie is nodig voor het uitvoeren door de betrokken autoriteiten van derde landen van hun afwikkelingstaken naar nationaal recht die vergelijkbaar zijn met die uit hoofde van deze richtlijn, en wordt, met inachtneming van punt a), van dit lid niet voor andere doeleinden gebruikt.

2. Indien vertrouwelijke informatie in een andere lidstaat haar oorsprong vindt, maken afwikkelingsautoriteiten, bevoegde autoriteiten en bevoegde ministeries die informatie niet bekend aan de betrokken autoriteiten van derde landen tenzij aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) de betrokken autoriteit van de lidstaat waar de informatie haar oorsprong vond (de autoriteit van oorsprong) gaat akkoord met de bekendmaking ervan;

b) de informatie wordt alleen voor de door de autoriteit van oorsprong toegestane doeleinden bekendgemaakt.

3. Voor de toepassing van dit artikel wordt informatie als vertrouwelijk beschouwd indien deze aan de vertrouwelijkheidsvereisten uit hoofde van het recht van de Unie is onderworpen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen