Art. 95 Richtlijn 2014/59/EU, Recht tot weigering van de erkenning of handhaving van afwikkelingsprocedures van derde landen

Richtlijn 2014/59/EU

De afwikkelingsautoriteit mag, na raadpleging van andere afwikkelingsautoriteiten, indien uit hoofde van artikel 89 een Europees afwikkelingscollege is ingesteld, krachtens artikel 94, lid 2, weigeren om afwikkelingsprocedures van derde landen te erkennen of te handhaven, indien zij van oordeel is:

a) dat de afwikkelingsprocedures van een derde land nadelige gevolgen zou hebben voor de financiële stabiliteit in de lidstaat waar de afwikkelingsautoriteit is gevestigd, of dat de procedures nadelige gevolgen zouden hebben voor de financiële stabiliteit in een andere lidstaat;

b) dat een onafhankelijke afwikkelingsmaatregel uit hoofde van artikel 96 met betrekking tot een EU-bijkantoor noodzakelijk is om een of meer afwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken;

c) dat schuldeisers, onder wie met name deposanten die in een lidstaat zijn gevestigd of moeten worden betaald, in het kader van een afwikkelingsprocedure van het derde land niet op dezelfde wijze worden behandeld als schuldeisers en deposanten met vergelijkbare wettelijke rechten krachtens de binnenlandse afwikkelingsprocedures van het derde land;

d) dat de erkenning of handhaving van de afwikkelingsprocedures van een derde land ingrijpende begrotingsgevolgen voor de lidstaat zou hebben; of

e) dat de gevolgen van de erkenning of handhaving in strijd zouden zijn met de nationale wetgeving.

Vorige artikelen

Volgende artikelen