Art. 15 Richtlijn 2014/41/EU, Gronden voor uitstel van de erkenning of tenuitvoerlegging

Richtlijn 2014/41/EU

1. De erkenning of tenuitvoerlegging van het EOB in de uitvoerende staat kan in elk van de volgende gevallen worden uitgesteld:

a) de tenuitvoerlegging zou een lopend strafrechtelijk onderzoek of een ingestelde strafvervolging kunnen schaden, in welk geval zij wordt uitgesteld voor de tijd dat de uitvoerende staat zulks redelijk acht;

b) de betrokken voorwerpen, documenten of gegevens worden reeds in een andere procedure gebruikt, in welk geval de erkenning of tenuitvoerlegging wordt uitgesteld voor de tijd dat zij daarvoor benodigd zijn;

2. Zodra de reden voor het uitstel vervalt, neemt de uitvoerende autoriteit onmiddellijk de nodige maatregelen ter tenuitvoerlegging van het EOB en stelt zij de uitvaardigende autoriteit op zodanige wijze in kennis dat dit schriftelijk kan worden vastgelegd.

Vorige artikelen

Volgende artikelen