Art. 3 Verordening (EU) nr. 1380/2013, Beginselen van goed bestuur
Verordening (EU) nr. 1380/2013
Het gemeenschappelijk visserijbeleid wordt geleid door de volgende beginselen van goed bestuur:
a) de duidelijke omschrijving van de verantwoordelijkheden op unie-, regionaal, nationaal en lokaal niveau;
b) de inachtneming van de specifieke regionale kenmerken door middel van een geregionaliseerde aanpak;
c) de vaststelling van maatregelen overeenkomstig het best beschikbare wetenschappelijke advies;
d) een perspectief op lange termijn;
e) een administratieve kostenefficiëntie;
f) passende betrokkenheid van de belanghebbenden, in het bijzonder de adviesraden, bij alle stadia vanaf het ontwerpen van de maatregelen tot de uitvoering ervan;
g) de primaire verantwoordelijkheid van de vlaggenstaat;
h) consistentie met andere beleidsgebieden van de Unie;
i) gebruik van effectbeoordelingen, waar passend;
j) samenhang tussen de interne en de externe dimensie van het gemeenschappelijk visserijbeleid;
k) transparante gegevensverwerking overeenkomstig bestaande wettelijke voorschriften, met eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, de bescherming van persoonsgegevens en regels inzake vertrouwelijkheid; beschikbaarheid van gegevens voor de bevoegde wetenschappelijke instanties, andere instanties met een wetenschappelijk belang of een belang op het gebied van beheer en andere nader omschreven eindgebruikers.