Art. 14 Verordening (EU) nr. 1370/2013, Specifieke maatregelen met betrekking tot uitvoerrestituties voor granen en rijst

Verordening (EU) nr. 1370/2013

1. De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen tot vaststelling van correctiebedragen die van toepassing op zijn op de voor de sectoren granen en rijst vastgestelde uitvoerrestituties. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 15, lid 2.

Indien nodig om prompt op snel veranderende marktsituaties te kunnen reageren, kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen zonder toepassing van de in artikel 15, lid 2, bedoelde procedure, ter aanpassing van die correctiebedragen.

De Commissie kan deze alinea toepassen op producten van de sectoren granen en rijst die in de vorm van verwerkte goederen worden uitgevoerd in de zin van Verordening (EG) nr. 1216/2009 van de Raad (5).

2. Indien tijdens de eerste drie maanden van het verkoopseizoen mout wordt uitgevoerd die aan het eind van het vorige verkoopseizoen in voorraad was of vervaardigd is op basis van gerst die op dat moment in voorraad was, wordt daarop de restitutie toegepast die voor het betrokken uitvoercertificaat zou zijn toegepast bij uitvoer in de laatste maand van het vorige verkoopseizoen.

3. Voor de in deel I, onder a) en b), van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 vermelde producten kan de overeenkomstig artikel 199, lid 2, van die verordening vastgestelde restitutie door de Commissie middels uitvoeringshandelingen worden aangepast aan wijzigingen van het niveau van de interventieprijs.

De eerste alinea kan geheel of gedeeltelijk worden toegepast op producten die zijn vermeld in deel I, onder c) en d), van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 alsmede op in deel I van die bijlage vermelde producten die in de vorm van verwerkte goederen worden uitgevoerd in de zin van Verordening (EG) nr. 1216/2009. In dat geval corrigeert de Commissie middels uitvoeringshandelingen de in de eerste alinea van dit lid bedoelde aanpassing door een coëfficiënt toe te passen die de verhouding aangeeft tussen de hoeveelheid basisproduct en de hoeveelheid daarvan die aanwezig is in het uitgevoerde verwerkte product of die gebruikt is in de uitgevoerde goederen.

De in het onderhavige lid bedoelde uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 2, van deze verordening bedoelde onderzoeksprocedure.

Vorige artikelen

Volgende artikelen