Art. 66 Verordening (EU) nr. 1308/2013, Herbeplantingen

Verordening (EU) nr. 1308/2013

1. De lidstaten verlenen automatisch een vergunning aan producenten die per 1 januari 2016 een met wijnstokken beplante oppervlakte hebben gerooid en een aanvraag hebben ingediend. Die vergunning geldt voor een gelijkwaardige oppervlakte uitgedrukt in uitsluitend met wijnstokken beplante cultuurgrond. De onder die vergunningen vallende oppervlakten tellen niet meer voor de doeleinden van artikel 63.

2. De lidstaten kunnen de in lid 1 bedoelde vergunning verlenen aan producenten die beloven een met wijnstokken beplante oppervlakte te zullen rooien indien de oppervlakte wordt gerooid uiterlijk aan het eind van het vierde jaar vanaf de datum waarop de nieuwe wijnstokken zijn aangeplant.

3. De in lid 1 bedoelde vergunning wordt gebruikt op het bedrijf waar de rooiing heeft plaatsgevonden. De lidstaten kunnen in gebieden die in aanmerking komen voor productie van wijn met beschermde oorsprongsbenamingen of beschermde geografische aanduidingen, op basis van een aanbeveling van een beroepsorganisatie overeenkomstig artikel 65, de herbeplanting beperken tot wijnstokken die aan dezelfde specificatie inzake beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding voldoen als de gerooide oppervlakte.

4. Dit artikel geldt niet in geval van het rooien van niet-toegestane aanplant.