Art. 170 Verordening (EU) nr. 1308/2013, Contractuele onderhandelingen in de sector rundvlees
Verordening (EU) nr. 1308/2013
1. Een producentenorganisatie in de sector rundvlees die krachtens artikel 152, lid 1 is erkend en één of meer van de volgende doelstellingen nastreeft, namelijk het concentreren van het aanbod, het in de handel brengen van de door haar leden geproduceerde producten en het optimaliseren van de productiekosten, kan namens haar leden, met betrekking tot de volledige gezamenlijke productie van die leden of een gedeelte daarvan, onderhandelen over contracten voor de levering van levend slachtvee van het geslacht Bos taurus die vallen onder GN- codes ex 0102 29 21 , ex 0102 29 41 , ex 0102 29 51 , ex 0102 29 61 , of ex 0102 29 91 :
a) van minder dan 12 maanden oud; en
b) van 12 maanden en ouder.
Een producentenorganisatie voldoet aan de in dit lid genoemde doelstellingen indien het nastreven van deze doelstellingen leidt tot de integratie van activiteiten en deze integratie naar alle waarschijnlijkheid een aanzienlijke efficiëntiewinst zal opleveren, zodat de activiteiten van de producentenorganisatie per saldo bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 39 VWEU.
Dit kan worden bereikt mits:
a) de producentenorganisatie ten minste één van de volgende activiteiten verricht:
i) gezamenlijke distributie, waaronder gezamenlijke verkoopsplatformen of gezamenlijk vervoer;
ii) gezamenlijke afzetbevordering;
iii) gezamenlijke organisatie van kwaliteitscontrole;
iv) gezamenlijk gebruik van uitrusting of opslagfaciliteiten;
v) gezamenlijk beheer van afval dat rechtstreeks voortkomt uit de productie van levend slachtvee;
vi) gezamenlijke aanschaf van productiemiddelen;
b) deze activiteiten significant zijn wat betreft de hoeveelheid rundvlees en de productie- en afzetkosten.
2. De erkende producentenorganisatie kan de onderhandelingen voeren:
a) ongeacht of de eigendom van het product door de veehouders wordt overgedragen aan de producentenorganisatie;
b) ongeacht of de onderhandelde prijs geldt voor de gezamenlijke productie van alle, dan wel een deel van de leden;
c) op voorwaarde dat, voor een welbepaalde producentenorganisatie, het volume van de rundvleesproductie waarover onderhandeld wordt en dat in een bepaalde lidstaat wordt geproduceerd, niet meer dan 15 % bedraagt van de totale nationale productie van die lidstaat voor ieder in lid 1, onder a) en b) bedoeld product, uitgedrukt als karkasgewichtequivalent;
d) op voorwaarde dat, voor het volume van de rundvleesproductie waarover onderhandeld wordt, de producentenorganisatie het aanbod concentreert en het product van zijn leden op de markt brengt;
e) op voorwaarde dat de betrokken producenten niet zijn aangesloten bij een andere producentenorganisatie die eveneens namens hen onderhandelingen over dergelijke contracten voert;
f) op voorwaarde dat het lidmaatschap van de producent van een coöperatie die zelf geen lid is van de betrokken producentenorganisatie, geen verplichting inhoudt dat de producten in kwestie dienen te worden geleverd overeenkomstig de voorwaarden die in de statuten van de coöperatie of de op grond van deze statuten vastgestelde voorschriften en besluiten zijn neergelegd; en
g) op voorwaarde dat de producentenorganisatie de bevoegde autoriteiten van de lidstaat of lidstaten waar zij actief is, in kennis stelt van het volume rundvlees waarover onderhandeld wordt.
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt met "producentenorganisatie" tevens "een unie van krachtens artikel 156, lid 1, erkende producentenorganisaties" bedoeld.
4. Voor de toepassing van lid 2, onder c), maakt de Commissie op de door haar passend geachte wijze de in de lidstaten geproduceerde hoeveelheid rundvlees bekend, uitgedrukt als karkasgewichtequivalent.
5. In afwijking van lid 2, onder c), ook indien de daarin vastgestelde maxima niet worden overschreden, kan de in de tweede alinea van dit lid bedoelde mededingingsautoriteit, in individuele gevallen besluiten dat de onderhandelingen door de producentenorganisatie moeten worden heropend of dat niet door de producentenorganisatie mag worden onderhandeld, indien zij dit noodzakelijk acht om te voorkomen dat mededinging wordt uitgesloten of zij van oordeel is dat het product waarover onderhandeld wordt, wegens zijn specifieke kenmerken of voorgenomen gebruik tot een afzonderlijke markt behoort en deze collectieve onderhandeling betrekking zou hebben op meer dan 15 % van de nationale productie van die markt, of indien zij van oordeel is dat de doelstellingen van artikel 39 VWEU in gevaar worden gebracht.
Het in de eerste alinea bedoelde besluit wordt, met betrekking tot onderhandelingen over meer dan één lidstaat, door de Commissie genomen zonder toepassing van de in artikel 229, lid 2 of lid 3, bedoelde procedure. In andere gevallen wordt dit besluit genomen door de nationale mededingingsautoriteit van de lidstaat waarop de onderhandelingen betrekking hebben.
De in dit lid bedoelde besluiten worden pas van toepassing op de datum van kennisgeving van het besluit aan de betrokken ondernemingen.
Voor de toepassing van dit artikel geldt de definitie van "nationale mededingingsautoriteit" bedoeld in artikel 149, lid 7, onder a).
6. De lidstaten waar de onderhandelingen als bedoeld in dit artikel plaatsvinden, brengen de Commissie op de hoogte van de toepassing van lid 2, onder g), en lid 5.