Art. 77, Het opleggen van administratieve sancties

1. Dit artikel is van toepassing op administratieve sancties bedoeld in artikel 63, lid 2, in geval van niet-naleving met betrekking tot de subsidiabiliteitscriteria, de normen of andere verplichtingen die voortvloeien uit de toepassing van de in artikel 67, lid 2, bedoelde regels inzake steun.

2. In de volgende gevallen worden geen administratieve sancties opgelegd:

a) de niet-naleving is toe te schrijven aan overmacht;

b) de niet-naleving is toe te schrijven aan kennelijke fouten, als bedoeld in artikel 59, lid 6;

c) de niet-naleving is toe te schrijven aan een fout van de bevoegde autoriteit of van een andere autoriteit, en de fout kon door de persoon aan wie de administratieve sanctie is opgelegd is, redelijkerwijs niet worden geconstateerd;

d) de betrokkene kan ten genoegen van de bevoegde autoriteit aantonen dat hij geen schuld heeft aan de niet-naleving van de in lid 1 genoemde verplichtingen, of de bevoegde autoriteit oordeelt anderszins dat de betrokkene geen schuld treft;

e) de niet-naleving is van gering belang, waaronder begrepen het geval waarin de niet- naleving een door de Commissie overeenkomstig lid 7, onder b), vast te stellen drempelwaarde niet overschrijdt;

f) andere, door de Commissie overeenkomstig lid 7, onder b), vast te stellen gevallen, waarin het opleggen van een sanctie niet passend is.

3. Administratieve sancties kunnen worden opgelegd aan begunstigden van bijstand of steun, waaronder groeperingen of verenigingen daarvan, op wie de verplichtingen rusten die zijn vastgesteld in de in lid 1 bedoelde regels.

4. De administratieve sancties kunnen de volgende vorm aannemen:

a) een vermindering van het aan bijstand of steun uitgekeerde of uit te keren bedrag met betrekking tot de steun- of betalingsaanvragen waarop de niet-naleving van toepassing is, en/of met betrekking tot steun- of betalingsaanvragen voor voorgaande of volgende jaren;

b) de betaling van een bedrag dat berekend is op basis van de omvang en/of de duur van de niet-naleving;

c) de intrekking van het recht om aan de betrokken steunregeling of steunmaatregel deel te nemen.

5. De administratieve sancties staan in verhouding tot de ernst, de omvang, de duur en de herhaling van de geconstateerde niet-naleving, binnen de volgende grenzen:

a) voor een bepaald jaar is het bedrag van de in lid 4, onder a), bedoelde administratieve sanctie niet hoger dan 100 % van het bedrag van de steun- of betalingsaanvragen;

b) het bedrag van de in lid 4, onder b), bedoelde administratieve sanctie is voor een bepaald jaar niet hoger dan 100 % van het bedrag van de steun- of betalingsaanvraag waarvoor de sanctie wordt opgelegd;

c) de uitsluiting als bedoeld in lid 4, onder c), beslaat ten hoogste een periode van drie opeenvolgende jaren die in geval van een nieuwe niet-naleving kan worden verlengd.

6. Onverminderd de leden 4 en 5 neemt de administratieve sanctie met betrekking tot de betaling als bedoeld in titel III, hoofdstuk 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 de vorm aan van een korting van de uit hoofde van die verordening uitgekeerde of uit te keren bedragen.

De in dit lid bedoelde administratieve sancties staan in verhouding tot de ernst, de omvang, de duur en de herhaling van de geconstateerde niet-naleving.

Voor een bepaald jaar beloopt het bedrag van de administratieve sanctie, voor de eerste twee jaren van toepassing van titel III, hoofdstuk 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 (aanvraagjaren 2015 en 2016) niet meer dan 0 %, voor het derde jaar van toepassing (aanvraagjaar 2017) niet meer dan 20 % en vanaf het vierde jaar van toepassing (aanvraagjaar 2018) niet meer dan 25 % van het in titel III, hoofdstuk 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde bedrag waarop de betrokken landbouwer recht zou hebben indien de landbouwer aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden voldeed.

7. Teneinde rekening te houden met het afschrikkende effect van de op te leggen sancties en de specifieke kenmerken van elke steunregeling of steunmaatregel als bedoeld in artikel 67, lid 2, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 115 gedelegeerde handelingen vast te stellen, waarin:

a) de door de lidstaten op te leggen administratieve sancties en specifieke coëfficiënt voor elke in lid 3 bedoelde steunregeling of steunmaatregel en de betrokken persoon, op basis van de lijst in lid 4 en binnen de in de leden 5 en 6 vastgestelde grenzen, met inbegrip van de gevallen waarin de omvang van de niet-naleving niet kwantificeerbaar is, worden bepaald;

b) de in lid 2, onder f), bedoelde gevallen waarin geen administratieve sancties moet worden opgelegd, worden bepaald.

8. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast, waarin de gedetailleerde procedures en de technische voorschriften worden vastgelegd voor de uniforme toepassing van dit artikelwat betreft:

a) voorschriften voor de toepassing en de berekening van de administratieve sancties;

b) de nadere voorschriften voor het als gering aanmerken van een niet-naleving, waaronder het vaststellen van een kwantitatieve drempelwaarde uitgedrukt als nominale waarde of als percentage van de subsidiabele waarde van de bijstand of steun, dat in ieder geval niet minder dan 0,5 % bedraagt.

Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

Uitspraken die dit artikel aanhalen