Art. 76 Verordening (EU) nr. 1306/2013, Gedelegeerde bevoegdheden

Verordening (EU) nr. 1306/2013

1. Om ervoor te zorgen dat het in dit hoofdstuk bedoelde geïntegreerd systeem op een zodanig efficiënte, coherente en niet-discriminerende wijze wordt toegepast dat de financiële belangen van de Unie worden beschermd, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 115 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot:

a) specifieke definities die nodig zijn voor de geharmoniseerde toepassing van het geïntegreerd systeem, ter aanvulling van de definities in Verordening (EU) nr. 1307/2013 en in Verordening (EU) nr. 1305/2013;

b) wat de artikelen 67 tot en met 75 betreft, nadere maatregelen die noodzakelijk zijn om de naleving van de in deze verordening neergelegde of de door de lidstaten in sectoriale landbouwwetgeving vast te stellen controlevoorschriften te garanderen wat betreft producenten, diensten, instanties, organisaties of andere marktdeelnemers, zoals slachthuizen of verenigingen die betrokken zijn bij de procedure voor de toekenning van de steun, indien deze verordening niet voorziet in passende administratieve sancties; dergelijke maatregelen sluiten zoveel mogelijk, mutatis mutandis, aan bij de bepalingen betreffende sancties in artikel 77, leden 1 tot en met 5.

2. Om ervoor te zorgen dat de middelen die gemoeid zijn met de in artikel 72 bedoelde steunaanvragen, op correcte wijze onder de gerechtigde begunstigden worden verdeeld en om te kunnen nagaan of de landbouwers de desbetreffende verplichtingen nakomen, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 115 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot:

a) de basiskenmerken en de technische voorschriften, met inbegrip van - de voor het actualiseren van de referentiepercelen - passende tolerantiemarges, rekening houdend met de omtrek en de conditie van de percelen, en de daaronder begrepen voorschriften voor het opnemen van landschapselementen die grenzen aan een perceel en kwaliteitseisen met betrekking tot het in artikel 70 bedoelde systeem voor de identificatie van de landbouwpercelen en met betrekking tot het in artikel 73 bedoelde systeem voor de identificatie van begunstigden;

b) de basiskenmerken, technische voorschriften en kwaliteitseisen met betrekking tot het in artikel 71 bedoelde systeem voor de identificatie en de registratie van betalingsrechten;

c) voorschriften voor de omschrijving van de grondslag voor de berekening van steun, waaronder voorschriften voor de behandeling van bepaalde gevallen waarin subsidiabele arealen landschapselementen of bomen bevatten; dergelijke voorschriften stellen de lidstaten in staat om, met betrekking tot als blijvend grasland gebruikte arealen, geïsoleerde landschapselementen en bomen waarvan de totale oppervlakte een bepaald percentage van het referentieperceel niet overschrijdt, aan te merken als automatisch deel uitmakend van de subsidiabele oppervlakte zonder dat zij met dat doel voor ogen in kaart moeten worden gebracht.

Vorige artikelen

Volgende artikelen