Art. 27 Verordening (EU) nr. 1306/2013, Procedure inzake de begrotingsdiscipline
Verordening (EU) nr. 1306/2013
1. De Commissie dient tegelijk met het ontwerp van begroting voor begrotingsjaar N haar ramingen voor de begrotingsjaren N - 1, N en N + 1 in bij het Europees Parlement en de Raad.
2. Indien bij de opstelling van het ontwerp van begroting voor begrotingsjaar N blijkt dat het in artikel 16 bedoelde bedrag voor begrotingsjaar N dreigt te worden overschreden, stelt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad of aan de Raad de maatregelen voor die nodig zijn om dit bedrag alsnog in acht te nemen.
3. Op elk moment stelt de Commissie, indien zij van oordeel is dat het in artikel 16 bedoelde bedrag dreigt te worden overschreden en dat het haar in het kader van haar bevoegdheden niet mogelijk is de nodige maatregelen te nemen om de situatie te corrigeren, andere maatregelen voor die ervoor zorgen dat dit bedrag alsnog in acht wordt genomen. Die maatregelen worden vastgesteld door de Raad indien de betrokken maatregel gebaseerd is op artikel 43, lid 3, VWEU of door het Europees Parlement en de Raad indien de betrokken maatregel gebaseerd is op artikel 43, lid 2, VWEU.
4. Indien aan het einde van begrotingsjaar N de vergoedingsaanvragen van de lidstaten het in artikel 16 bedoelde bedrag overschrijden of waarschijnlijk zullen overschrijden, handelt de Commissie als volgt:
a) zij neemt de door de lidstaten ingediende aanvragen naar evenredigheid daarvan en binnen de grenzen van de beschikbare begroting in aanmerking en stelt uitvoeringshandelingen vast, waarin het bedrag van de betalingen voor de betrokken maand voorlopig worden vastgesteld;
b) zij bepaalt uiterlijk op 28 februari van het begrotings jaar N + 1 voor alle lidstaten hun situatie met betrekking tot de Uniefinanciering voor het begrotingsjaar N;
c) zij stelt uitvoeringshandelingen vast, waarin het totaalbedrag van de Uniefinanciering, verdeeld over de lidstaten, wordt vastgesteld op basis van een uniform percentage van financiering door de Unie en binnen de grenzen van de begrotingsmiddelen die voor de maandelijkse betalingen beschikbaar waren;
d) zij betaalt uiterlijk bij de maandelijkse betalingen voor de maand maart van jaar N + 1 de aan de lidstaten verschuldigde verrekeningen uit.
De uitvoeringshandelingen waarin de punten a) en c) voorzien, worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.