Art. 26, Financiële discipline
1. Om zeker te stellen dat de in Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 vermelde jaarlijkse maxima ter financiering van de marktgerelateerde uitgaven en de rechtstreekse betalingen worden gerespecteerd, wordt een aanpassingscoëfficient voor de rechtstreekse betalingen ("de aanpassingscoëfficient") vastgesteld wanneer de ramingen voor de financiering van de maatregelen die in het kader van dit submaximum voor een bepaald begrotingsjaar worden gefinancierd, erop wijzen dat de toepasselijke jaarlijkse maxima zullen worden overschreden.
2. De Commissie dient uiterlijk op 31 maart van het kalenderjaar waarop de in lid 1 bedoelde aanpassing van toepassing is, een voorstel betreffende de aanpassingscoëfficiënt in bij het Europees Parlement en de Raad.
3. Indien in enig jaar de aanpassingscoëfficiënt nog niet op 30 juni door het Europees Parlement en de Raad is vastgesteld, stelt de Commissie een uitvoeringshandelingen vast, waarin de aanpassingcoëfficiënt wordt vastgesteld, en stelt zij het Europees Parlement en de Raad daar onmiddellijk van in kennis. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.
4. Tot 1 december kan de Commissie, op basis van nieuwe informatie waarover zij beschikt, uitvoeringshandelingenn vaststellen op grond waarvan de overeenkomstig lid 2 of lid 3 vastgestelde aanpassingscoëfficiënt wordt aangepast. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.
5. In afwijking van artikel 169, lid 3, vierde alinea, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 vergoeden de lidstaten de overeenkomstig artikel 169, lid 3, van die verordening overgedragen kredieten aan de eindontvangers op wie in het begrotingsjaar waarnaar de kredieten worden overgedragen, aan de aanpassingscoëfficiënt.
De vergoeding als bedoeld in de eerste alinea geldt alleen voor eindontvangers in die lidstaten waar het voorgaande begrotingsjaar financiële discipline van toepassing is.
6. De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen, waarin de voorwaarden worden vastgesteld voor de kredieten die overeenkomstig artikel 169, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 worden overgedragen ter financiering van de in artikel 4, lid 1, onder b), van de onderhavige verordening bedoelde uitgaven. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.
7. Bij de toepassing van dit artikel wordt het bedrag van de in artikel 25 bedoelde reserve voor crisissituaties in de landbouwsector meegerekend wanneer de aanpassingscoëfficiënt wordt vastgesteld. Bedragen die aan het eind van het boekjaar niet voor crisismaatregelen ter beschikking zijn gesteld, worden uitbetaald overeenkomstig lid 5 van dit artikel.