Art. 65 Verordening (EU) nr. 1305/2013, Verantwoordelijkheden van de lidstaten
Verordening (EU) nr. 1305/2013
1. De lidstaten stellen overeenkomstig artikel 58, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast om een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de Unie te waarborgen.
2. De lidstaten wijzen voor elk programma voor plattelandsontwikkeling de volgende autoriteiten aan:
a) de beheersautoriteit, die een op nationaal of regionaal niveau werkende overheids- of private instantie kan zijn, of de lidstaat zelf wanneer die taak door hem wordt verricht, die wordt belast met het beheer van het betrokken programma;
b) het erkende betaalorgaan in de zin van artikel 7 van Verordening (EU) nr. 1306/2013;
c) de certificerende instantie in de zin van artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1306/2013.
3. De lidstaten zorgen ervoor dat voor elk programma voor plattelandsontwikkeling de nodige beheers- en controlesystemen zijn opgezet zodat een duidelijke toedeling en scheiding van de taken van de beheersautoriteit en de andere instantieswordt gewaarborgd. De lidstaten zijn ervoor verantwoordelijk dat de systemen gedurende de gehele programmeringsperiode doeltreffend functioneren.
4. De lidstaten omschrijven duidelijk de taken van de beheersautoriteit, het betaalorgaan en de plaatselijke groepen in het kader van LEADER, wat betreft de toepassing van de subsidiabiliteits- en selectiecriteria en de selectieprocedure voor projecten.