Art. 6 Verordening (EU) nr. 1301/2013, Indicatoren voor de doelstelling "Investeren in groei en werkgelegenheid"

Verordening (EU) nr. 1301/2013

1. Gemeenschappelijke outputindicatoren, als vastgesteld in bijlage I bij deze verordening, programmaspecifieke resultaatindicatoren en, indien relevant, programmaspecifieke outputindicatoren worden gebruikt overeenkomstig artikel 27, lid 4, en artikel 96, lid 2, onder b), punten ii) en iv), en onder c), punten ii) en iv), van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

2. Voor de gemeenschappelijke en programmaspecifieke outputindicatoren bedragen de uitgangswaarden nul. Er worden cumulatieve gekwantificeerde streefwaarden voor deze indicatoren vastgelegd voor 2023.

3. Voor de programmaspecifieke resultaatindicatoren, die betrekking hebben op investeringsprioriteiten, wordt voor de uitgangswaarden van de meest recente beschikbare gegevens gebruikgemaakt en worden streefdoelen voor 2023 bepaald. Streefdoelen kunnen in kwantitatieve of kwalitatieve termen worden uitgedrukt.

4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde de lijst met gemeenschappelijke outputindicatoren vastgelegd in de bijlage bij deze verordening te wijzigen, om, als dat gerechtvaardigd is, aanpassingen aan te brengen teneinde een effectieve voortgangsbeoordeling van de uitvoering van de operationele programma's te waarborgen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen