Art. 3 Verordening (EU) nr. 1301/2013, Toepassingsgebied van de steunverlening uit het EFRO
Verordening (EU) nr. 1301/2013
1. Het EFRO ondersteunt de volgende activiteiten teneinde bij te dragen aan de in artikel 5 vastgestelde investeringsprioriteiten:
a) productieve investeringen die bijdragen tot het creëren en het behoud van duurzame werkgelegenheid, via directe steun voor investeringen in mkb-bedrijven;
b) productieve investeringen, ongeacht de grootte van de betrokken onderneming, die bijdragen aan de in artikel 5, punten 1 en 4, vastgestelde investeringsprioriteiten, en wanneer die investering de samenwerking tussen grote ondernemingen en het mkb meebrengt, aan de in artikel 5, punt 2, genoemde investeringsprioriteiten;
c) investeringen in infrastructuur die basisdiensten aan de burger levert op het gebied van energie, milieu, vervoer en ICT;
d) investeringen in sociale, gezondheids-, onderzoeks-, innovatie-, bedrijfs- en onderwijsinfrastructuur;
e) investeringen in de ontwikkeling van het eigen potentieel door middel van permanente investeringen in installaties en kleinschalige infrastructuur, inclusief kleinschalige culturele en duurzame toerisme-infrastructuur, diensten aan bedrijven, steun voor instellingen voor onderzoek en innovatie en investeringen in technologie en toegepast onderzoek in bedrijven;
f) vorming van netwerken, samenwerking en uitwisseling van ervaringen tussen bevoegde regionale, lokale, stedelijke en andere overheden, economische en sociale partners en relevante instellingen die het maatschappelijk middenveld vertegenwoordigen, bedoeld in artikel 5, lid 1 van Verordening (EU) nr. 1303/2013, studies, voorbereidende acties en capaciteitsopbouw.
2. Krachtens de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" mag het EFRO ook steun verlenen aan het delen van personele middelen, faciliteiten en alle soorten grensoverschrijdende infrastructuur in alle regio's.
3. Het EFRO ondersteunt niet:
a) de ontmanteling of de bouw van kerncentrales;
b) investeringen om een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen uit activiteiten opgesomd in bijlage I van Richtlijn 2003/87/EG te bewerkstelligen;
c) de productie, verwerking en afzet van tabak en tabaksproducten;
d) ondernemingen in moeilijkheden zoals gedefinieerd in het kader van de voorschriften inzake staatssteun van de Unie;
e) investeringen in luchthaveninfrastructuur, tenzij gerelateerd aan milieubescherming of gepaard gaand met investeringen die nodig zijn om de negatieve gevolgen voor het milieu te matigen of te verminderen.