Art. 18 Verordening (EU) nr. 1290/2013, Subsidieovereenkomst

Verordening (EU) nr. 1290/2013

1. De Commissie stelt, in nauwe samenwerking met de lidstaten, modelsubsidieovereenkomsten tussen de Commissie of het betrokken financieringsorgaan en de deelnemers op overeenkomstig deze verordening. Indien een belangrijke wijziging van een modelsubsidieovereenkomst vereist is, herziet de Commissie de overeenkomst waar nodig, in nauwe samenwerking met de lidstaten.

2. De Commissie of het betrokken financieringsorgaan sluit een subsidieovereenkomst met de deelnemers. De verwijdering of vervanging van een entiteit vóór de ondertekening van de subsidieovereenkomst moet naar behoren worden gemotiveerd.

3. In de subsidieovereenkomst worden de rechten en verplichtingen van de deelnemers, en hetzij van de Commissie, hetzij van het betrokken financieringsorgaan vastgesteld, in overeenstemming met deze verordening. Tevens worden daarin de rechten en verplichtingen van juridische entiteiten die tijdens de uitvoering van de actie deelnemer worden, alsmede de rol en taken van een consortiumcoördinator, vastgesteld.

4. Op basis van een voorschrift in een werkprogramma of werkplan kunnen in de subsidieovereenkomst de rechten en verplichtingen van de deelnemers met betrekking tot toegangsrechten, exploitatie en verspreiding worden vastgesteld voor zover zij niet reeds in deze verordening zijn vastgesteld.

5. Waar passend is de subsidieovereenkomst zoveel mogelijk in overeenstemming met de algemene beginselen die zijn vastgesteld in de Aanbeveling van de Commissie betreffende het Europese Handvest voor Onderzoekers en betreffende een Gedragscode voor de Rekrutering van Onderzoekers, met de beginselen van de integriteit van het wetenschappelijk onderzoek, met de Aanbeveling van de Commissie betreffende het beheer van intellectueel eigendom bij kennisoverdracht en de code van goede praktijken voor universiteiten en andere publieke onderzoeksorganisaties, alsmede met het beginsel gendergelijkheid als bedoeld in artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1291/2013.

6. De subsidieovereenkomst bevat tevens, waar van toepassing, bepalingen die de eerbiediging van ethische beginselen waarborgen, met name de instelling van een onafhankelijke ethische commissie en het recht van de Commissie om door onafhankelijke deskundigen een audit op ethisch gebied te laten uitvoeren.

7. In naar behoren gerechtvaardigde gevallen kunnen specifieke subsidies voor acties deel uitmaken van een kaderpartnerschap overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 en Verordening (EU) nr. 1268/2012.

Vorige artikelen

Volgende artikelen