Art. 1 Verordening (EU) nr. 813/2013, Onderwerp en toepassingsgebied
1. Bij deze verordening worden eisen inzake ecologisch ontwerp vastgesteld voor het in de handel brengen en/of in werking stellen van ruimteverwarmingstoestellen en combinatieverwarmingstoestellen met een nominale warmteafgifte van ≤ 400 kW, inclusief verwarmingstoestellen die zijn geïntegreerd in pakketten van ruimteverwarmingstoestellen, temperatuurregelaars en zonne-energie-installaties en pakketten van combinatieverwarmingstoestellen, temperatuurregelaars en zonne-energie-installaties als omschreven in artikel 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 811/2013.
2. Deze verordening is niet van toepassing op:
a) verwarmingstoestellen die specifiek zijn ontworpen om te werken op gasvormige of vloeibare brandstoffen die hoofdzakelijk op basis van biomassa zijn geproduceerd;
b) verwarmingstoestellen die gebruikmaken van vaste brandstoffen;
c) verwarmingstoestellen die binnen de werkingssfeer vallen van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad (6);
d) verwarmingstoestellen die uitsluitend warmte leveren voor het verstrekken van warm drinkwater en warm water voor sanitaire toepassingen;
e) verwarmingstoestellen voor het verwarmen en verspreiden van gasvormige middelen voor warmteoverdracht zoals stoom of lucht;
f) ruimteverwarmingstoestellen op basis van warmtekrachtkoppeling met een maximaal elektrisch vermogen van 50 kW of hoger;
g) warmtegeneratoren ontworpen voor verwarmingstoestellen en met dergelijke warmtegeneratoren uit te rusten behuizingen van verwarmingstoestellen, die in de handel zijn gebracht vóór 1 januari 2018 ter vervanging van identieke verwarmingstoestellen en identieke behuizingen van verwarmingstoestellen. Op het vervangingsproduct of de verpakking ervan moet duidelijk worden vermeld voor welk verwarmingstoestel het bedoeld is.