Art. 92 Verordening (EU) nr. 575/2013, Eigenvermogensvereisten
1. Onverminderd de artikelen 93 en 94 voldoen de instellingen te allen tijde aan de volgende eigenvermogensvereisten:
a) een tier 1-kernkapitaalratio van 4,5 %;
b) een tier 1-kapitaalratio van 6 %;
c) een totale kapitaalratio van 8 %.
2. De instellingen berekenen hun kapitaalratio's als volgt:
a) de tier 1-kernkapitaalratio is het tier 1-kernkapitaal van de instelling uitgedrukt als percentage van het totaal van de risicoposten;
b) de tier 1-kapitaalratio is het tier 1-kapitaal van de instelling uitgedrukt als percentage van het totaal van de risicoposten;
c) de totale kapitaalratio is het eigen vermogen van de instelling uitgedrukt als percentage van het totaal van de risicoposten.
3. Het totaal van de risicoposten wordt berekend als de som van de punten a) tot en met f) van dit lid, met inachtneming van het bepaalde in lid 4:
a) de risicogewogen posten voor kredietrisico en verwateringsrisico, berekend overeenkomstig titel II, en artikel 379, met betrekking tot alle bedrijfsactiviteiten van een instelling, met uitsluiting van risicogewogen posten in verband met de handelsportefeuilleactiviteiten van de instelling;
b) de eigenvermogensvereisten, bepaald overeenkomstig titel IV van dit deel of deel 4, naar gelang van het geval, voor de handelsportefeuilleactiviteiten van een instelling, voor het volgende:
i) het positierisico;
ii) grote risicoblootstellingen die de in de artikelen 395 tot en met 401 bepaalde limieten overschrijden, voor zover een instelling die limieten mag overschrijden;
c) de eigenvermogensvereisten, bepaald overeenkomstig titel IV of titel V, met uitzondering van artikel 379, naar gelang van het geval, voor het volgende:
i) valutarisico;
ii) het afwikkelingsrisico;
iii) het grondstoffenrisico;
d) de eigenvermogensvereisten, berekend overeenkomstig titel VI voor het risico van aanpassing van de kredietwaardering van andere otc-derivaten dan kredietderivaten waarvan erkend wordt dat zij de risicogewogen posten voor kredietrisico verlagen;
e) de eigenvermogensvereisten, bepaald overeenkomstig titel III, voor het operationeel risico;
f) de risicogewogen posten, bepaald overeenkomstig titel II, voor het tegenpartijrisico dat voortvloeit uit de handelsportefeuilleactiviteiten van de instelling, voor de volgende soorten transacties en overeenkomsten:
i) in de lijst in bijlage II vermelde contracten en kredietderivaten;
ii) retrocessietransacties, transacties inzake opgenomen of verstrekte effecten- of grondstoffenleningen op basis van effecten of grondstoffen;
iii) margeleningstransacties op basis van effecten of grondstoffen;
iv) transacties met afwikkeling op lange termijn.
4. De volgende bepalingen zijn van toepassing voor de berekening van het in lid 3 bedoelde totaal van de posten:
a) tot de in lid 3, onder c), d) en e), bedoelde eigenvermogensvereisten behoren ook die welke voortvloeien uit alle bedrijfsactiviteiten van een instelling;
b) de instellingen vermenigvuldigen de in lid 3, onder b) tot en met e), vermelde eigenvermogensvereisten met 12,5.