Art. 78 Verordening (EU) nr. 575/2013, Toestemming van de toezichthouder voor het verminderen van het eigen vermogen
1. De bevoegde autoriteit verleent een instelling toestemming voor het verminderen, wederinkopen, opvragen of aflossen van tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- of tier 2-instrumenten indien er aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a) vroeger dan of op hetzelfde ogenblik als de in artikel 77 bedoelde handeling vervangt de instelling de in artikel 77 bedoelde instrumenten door eigenvermogensinstrumenten van gelijke of hogere kwaliteit tegen voorwaarden die houdbaar zijn voor de inkomstencapaciteit van de instelling;
b) de instelling heeft ten genoegen van de bevoegde autoriteit aangetoond dat het eigen vermogen van de instelling na de desbetreffende handeling de in artikel 92, lid 1, van deze verordening vastgestelde vereisten en de gecombineerde buffervereiste als gedefinieerd in artikel 128, punt 6, van Richtlijn 2013/36/EU zou overschrijden met een marge die de bevoegde autoriteit noodzakelijk kan achten op grond van artikel 104, lid 3, van die richtlijn.
2. Bij het uit hoofde van lid 1, punt a), beoordelen van de houdbaarheid van de vervangingsinstrumenten voor de inkomstencapaciteit van de instelling, houden de bevoegde autoriteiten rekening met de mate waarin die vervangende kapitaalinstrumenten kostbaarder voor de instelling zouden zijn dan de instrumenten die zij zouden vervangen.
3. Indien een instelling een in artikel 77, onder a), bedoelde handeling verricht en het toepasselijke nationale recht verbiedt het aflossen van de in artikel 27 bedoelde tier 1-kernkapitaalinstrumenten te weigeren, kan de bevoegde autoriteit ontheffing verlenen van de in lid 1 gestelde voorwaarden, mits de bevoegde autoriteit van de instelling verlangt dat zij de aflossing van deze instrumenten op een passende basis beperkt.
4. De bevoegde autoriteiten kunnen de instellingen toestaan aanvullend-tier 1- of tier 2-instrumenten vóór vijf jaar na de datum van uitgifte af te lossen, en wel uitsluitend indien de in lid 1 en onder a) of b) gestelde voorwaarden zijn vervuld:
a) de indeling van die instrumenten volgens de regelgeving ondergaat een wijziging, ten gevolge waarvan zij waarschijnlijk zouden worden uitgesloten van het eigen vermogen of worden heringedeeld als een lagere kwaliteit eigen vermogen, en de beide onderstaande voorwaarden zijn vervuld:
i) de bevoegde autoriteit acht een dergelijke wijziging voldoende zeker;
ii) de instelling toont ten genoegen van de bevoegde autoriteiten aan dat de herindeling van die instrumenten volgens de regelgeving redelijkerwijs niet was te voorzien op het tijdstip van uitgifte ervan;
b) de toepasselijke fiscale behandeling van die instrumenten ondergaat een wijziging waarvan de instelling ten genoegen van de bevoegde autoriteiten aantoont dat zij wezenlijk is en redelijkerwijs niet was te voorzien op het tijdstip van uitgifte van die instrumenten.
5. De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van:
a) wat moet worden verstaan onder "houdbaar voor de inkomstencapaciteit van de instelling";
b) de in lid 2 bedoelde passende basis voor de beperking van aflossing;
c) de proces- en gegevensvereisten voor het verzoek van een instelling om de toestemming van de bevoegde autoriteit voor het uitvoeren van een in artikel 77 vermelde handeling, met inbegrip van het proces dat bij aflossing van aan leden van coöperaties uitgegeven aandelen moet worden toegepast, en van de termijn voor de behandeling van een dergelijk verzoek.
De EBA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk 1 februari 2015 voor aan de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.