Art. 76 Verordening (EU) nr. 575/2013, In indices opgenomen kapitaalinstrumenten

Verordening (EU) nr. 575/2013

1. Voor de toepassing van artikel 42, punt a), artikel 45, punt a), artikel 57, punt a), artikel 59, punt a), artikel 67, punt a) en artikel 69, punt a), kunnen de instellingen het bedrag van een lange positie in een kapitaalinstrument verminderen met het gedeelte van een index dat is samengesteld uit dezelfde onderliggende blootstelling die wordt afgedekt, mits er aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a) hetzij worden zowel de lange positie die wordt afgedekt en de korte positie die wordt gebruikt in een index om die lange positie af te dekken, in de handelsportefeuille aangehouden of beide worden in de niet-handelsportefeuille aangehouden;

b) de onder a) bedoelde posities worden tegen reële waarde aangehouden op de balans van de instelling;

c) de onder a) bedoelde korte positie wordt in het kader van de internecontroleprocessen van de instelling als een effectieve afdekking aangemerkt;

d) de bevoegde autoriteiten toetsen de onder c) bedoelde controleprocessen ten minste eenmaal per jaar op adequaatheid en vergewissen zich ervan dat die processen nog steeds naar behoren functioneren.

2. Indien de bevoegde autoriteit haar voorafgaande toestemming heeft verleend, mag een instelling uitgaan van een voorzichtige raming van haar onderliggende blootstelling met betrekking tot in indices opgenomen kapitaalinstrumenten in plaats van haar blootstelling aan de volgende in punt a) en/of punt b) bedoelde bestanddelen te berekenen:

a) eigen tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-instrumenten die in indices zijn opgenomen;

b) tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector die in indices zijn opgenomen.

3. De bevoegde autoriteiten verlenen de in lid 2 bedoelde toestemming uitsluitend indien de instelling ten genoegen van die bevoegde autoriteiten heeft aangetoond dat het bewaken van haar onderliggende blootstelling aan de bestanddelen bedoeld in lid 2 punt a) of punt b), naargelang van het geval, voor de instelling in operationeel opzicht belastend zou zijn.

4. De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van:

a) wanneer de ramingen die worden gemaakt als alternatief voor het berekenen van de onderliggende positie als bedoeld in lid 2 voldoende voorzichtig zijn;

b) de betekenis van "in operationeel opzicht belastend" voor de toepassing van lid 3.

De EBA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk 1 februari 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.

Vorige artikelen

Volgende artikelen