Art. 6 Verordening (EU) nr. 575/2013, Algemene beginselen

Verordening (EU) nr. 575/2013

1. De instellingen voldoen op individuele basis aan de in de delen 2 tot en met 5 en 8 bepaalde verplichtingen.

2. Als een instelling een dochteronderneming is in de lidstaat waar zij een vergunning heeft gekregen en onder toezicht staat, dan wel een moederonderneming is, of als een instelling ingevolge artikel 19 in de consolidatie wordt betrokken, wordt van haar niet vereist dat zij op individuele basis aan de in de artikelen 89 tot en met 91 bepaalde verplichtingen voldoet

3. Als een instelling een moederonderneming of een dochteronderneming is, of als een instelling ingevolge artikel 19 in de consolidatie wordt betrokken, wordt van haar niet vereist dat zij op individuele basis aan de in deel 8 bepaalde verplichtingen voldoet.

4. Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die een vergunning hebben om de in de punten 3 en 6 van bijlage I, afdeling A, bij Richtlijn 2004/39/EG opgesomde beleggingsdiensten en -activiteiten te verstrekken, voldoen op individuele basis aan de in deel 6 bepaalde verplichtingen. In afwachting van het verslag van de Commissie overeenkomstig artikel 508, lid 3, kunnen de bevoegde autoriteiten beleggingsondernemingen van de naleving van de in de deel 6 bepaalde verplichtingen vrijstellen, waarbij zij rekening houden met de aard, de omvang en de complexiteit van de activiteiten van de beleggingsonderneming.

5. Instellingen, met uitzondering van beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 95, lid 1, en artikel 96, lid 1, en instellingen waarvoor door bevoegde autoriteiten de bij artikel 7, lid 1 of lid 3, bepaalde afwijking is toegepast, voldoen op individuele basis aan de in deel 7 bepaalde verplichtingen.

Verwijst naar

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen