Art. 52, Aanvullend-tier 1-instrumenten
1. Kapitaalinstrumenten worden alleen als aanvullend-tier 1-instrumenten aangemerkt indien de volgende voorwaarden zijn vervuld:
a) de instrumenten worden uitgegeven en volgestort;
b) de instrumenten worden niet gekocht door een van de volgende entiteiten:
i) de instelling of haar dochterondernemingen;
ii) een onderneming waarin de instelling een deelneming heeft in de vorm van de eigendom, rechtstreeks of door middel van een zeggenschapsrelatie, van 20 % of meer van de stemrechten of van het kapitaal van die onderneming;
c) de aankoop van de instrumenten wordt niet direct of indirect door de instelling gefinancierd;
d) bij insolventie van de instelling komen de instrumenten na tier 2-instrumenten in de rangorde;
e) de instrumenten zijn niet gedekt door een zekerheid of onderworpen aan een garantie die de rangordepositie van de vordering verbetert en die verstrekt is door een van de volgende entiteiten:
i) de instelling of haar dochterondernemingen;
ii) de moederonderneming van de instelling of de dochterondernemingen ervan;
iii) de financiële moederholding of de dochterondernemingen ervan;
iv) de gemengde holding of de dochterondernemingen ervan;
v) de gemengde financiële holding en de dochterondernemingen ervan;
vi) een onderneming die nauwe banden heeft met de in de onder i) tot en met v) bedoelde entiteiten;
f) de instrumenten zijn niet onderworpen aan enige regeling, hetzij contractueel of anderszins, die de rangordepositie van de vordering uit hoofde van de instrumenten bij insolventie of liquidatie verbetert;
g) de instrumenten hebben een onbepaalde looptijd en de bepalingen die erop van toepassing zijn, houden voor de instelling geen aflossingsprikkel in;
h) indien de voor de instrumenten geldende bepalingen een of meer callopties bevatten, mag de calloptie uitsluitend naar het oordeel van de uitgevende instelling worden uitgeoefend;
i) de instrumenten kunnen uitsluitend worden opgevraagd, afgelost of weder ingekocht indien de voorwaarden van artikel 77 vervuld zijn, en ten vroegste vijf jaar na de datum van uitgifte, tenzij de voorwaarden van artikel 78, lid 4, vervuld zijn;
j) de voor de instrumenten geldende bepalingen vermelden expliciet noch impliciet dat de instrumenten opgevraagd, afgelost of weder ingekocht zouden worden of zouden kunnen worden en de instelling vermeldt dit niet anderszins, behalve in de volgende gevallen:
i) de liquidatie van de instelling;
ii) discretionaire wederinkopen van de instrumenten of andere discretionaire manieren om het bedrag van aanvullend-tier 1-kapitaal te verminderen, waarbij de instelling overeenkomstig artikel 77 de voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteit heeft gekregen;
k) de instelling vermeldt expliciet noch impliciet dat de bevoegde autoriteit zou instemmen met een verzoek tot opvraging, aflossing of wederinkoop van de instrumenten;
l) uitkeringen uit hoofde van de instrumenten voldoen aan de volgende voorwaarden:
i) zij geschieden uit uitkeerbare bestanddelen;
ii) het niveau van de uit hoofde van de instrumenten verrichte uitkeringen zal niet worden aangepast op grond van de kredietwaardigheid van de instelling of haar moederonderneming;
iii) de voor de instrumenten geldende bepalingen verlenen de instelling de bevoegdheid om geheel naar eigen inzicht te allen tijde de uitkeringen op de instrumenten voor een onbeperkte periode en op niet-cumulatieve basis te schrappen en de instelling mag dergelijke geschrapte betalingen zonder beperking gebruiken om aan haar verplichtingen te voldoen wanneer deze vervallen;
iv) het schrappen van uitkeringen vormt geen wanbetaling door de instelling;
v) het schrappen van uitkeringen legt de instelling geen beperkingen op;
m) de instrumenten dragen niet bij aan de vaststelling dat de verplichtingen van een instelling haar activa overschrijden indien een dergelijke vaststelling op grond van het toepasselijke nationale recht een insolventietoets vormt;
n) de voor de instrumenten geldende bepalingen schrijven voor dat bij een triggergebeurtenis de hoofdsom van de instrumenten permanent of tijdelijk wordt afgeschreven of dat de instrumenten worden omgezet in tier 1-kernkapitaalinstrumenten;
o) de bepalingen betreffende de instrumenten vertonen geen kenmerk dat de herkapitalisatie van de instelling in de weg zou kunnen staan;
p) indien de instrumenten niet rechtstreeks zijn uitgegeven door een instelling, worden beide volgende voorwaarden vervuld:
i) de instrumenten worden uitgegeven door een entiteit binnen de consolidatie overeenkomstig deel 1, titel II, hoofdstuk 2;
ii) de opbrengsten zijn onmiddellijk en zonder beperking beschikbaar voor die instelling in een vorm die voldoet aan de in dit lid gestelde voorwaarden.
Aan de in lid 1, punt d), gestelde voorwaarde wordt geacht te zijn voldaan, zelfs indien de instrumenten zijn opgenomen in aanvullend tier 1- of tier 2-kapitaal op grond van artikel 484, lid 3, mits zij dezelfde rangorde hebben.
2. De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van:
a) de vorm en de aard van de prikkels tot aflossing;
b) de aard van een eventuele opwaardering van de hoofdsom van een aanvullend-tier 1 instrument naar aanleiding van de tijdelijke afwaardering van de hoofdsom ervan;
c) de procedures en de tijdsplanning voor het volgende:
i) het constateren dat zich een triggergebeurtenis heeft voorgedaan;
ii) het opwaarderen van de hoofdsom van een aanvullend-tier 1-instrument naar aanleiding van de tijdelijke afwaardering van de hoofdsom ervan;
d) kenmerken van de instrumenten die de herkapitalisatie van de instelling in de weg zouden kunnen staan;
e) het gebruik van special purpose entities voor het indirect uitgeven van eigenvermogensinstrumenten.
De EBA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk 1 februari 2015 voor aan de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.