Art. 511 Verordening (EU) nr. 575/2013, Hefboomfinanciering
1. Op basis van de bevindingen van het in lid 3 bedoelde verslag dient de Commissie uiterlijk op 31 december 2016 bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de impact en de doeltreffendheid van de hefboomratio.
2. Het verslag gaat in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel tot invoering van een passend aantal niveaus van de hefboomratio waaraan instellingen die verschillende bedrijfsmodellen volgen, zouden moeten voldoen, met suggesties voor een toereikende kalibratie voor die niveaus en passende aanpassingen aan de kapitaalmaatstaf en de maatstaf voor de totale risicoblootstelling als bedoeld in artikel 429, zo nodig samen met eventuele ermee samenhangende flexibiliteitsmaatregelen, waaronder passende wijzigingen van artikel 458 teneinde de hefboomratio naar gelang van de bij dat artikel vastgestelde maatregelen te in te voeren.
3. Voor de toepassing van lid 1 brengt de EBA uiterlijk op 31 oktober 2016 aan de Commissie verslag uit over ten minste het volgende:
a) of het hefboomratiokader van deze verordening en van de artikelen 87 en 98 van Richtlijn 2013/36/EU het passende instrument is om het risico van buitensporig gebruik van hefboomwerking door de instellingen op bevredigende wijze en in bevredigende mate te ondervangen;
b) het bepalen van bedrijfsmodellen die een afspiegeling zijn van de algehele risicoprofielen van de instellingen en het introduceren van gedifferentieerde hefboomratio's voor die bedrijfsmodellen;
c) of de vereisten van de artikelen 76 en 87 van Richtlijn 2013/36/EU 1 januari 2014 in overeenstemming met de artikelen 73 en 97 van die richtlijn, die ertoe strekken het risico van buitensporige hefboomwerking te ondervangen, toereikend zijn om te garanderen dat instellingen dit risico goed beheren en, zo niet, welke verdere aanscherpingen nodig zijn om deze doelstellingen te verwezenlijken;
d) of er wijzigingen nodig zijn - en zo ja welke - in de in artikel 429 bedoelde berekeningsmethodiek om te garanderen dat de hefboomratio kan worden gebruikt als passende indicator voor het risico van buitensporige hefboomwerking van een instelling;
e) of er, in de context van de berekening van de maatstaf voor de totale risicoblootstelling van de hefboomratio, een wezenlijk verschil bestaat tussen de volgens de oorspronkelijkeblootstellingsmethode bepaalde blootstellingswaarde van in bijlage II vermelde contracten en de blootstellingswaarde bepaald volgens de op de waardering tegen marktwaarde gebaseerde methode;
f) of het, met het oog op het bewaken van het risico van buitensporige hefboomwerking, passender zou kunnen zijn gebruik te maken van ofwel het eigen vermogen ofwel het tier 1-kernkapitaal als de kapitaalmaatstaf voor de hefboomratio, en zo ja, wat dan de passende kalibratie van de hefboomratio zou zijn;
g) of de in artikel 429, lid 10, punt a), bedoelde omrekeningsfactor voor niet-opgenomen kredietfaciliteiten, die te allen tijde onvoorwaardelijk zonder opzegtermijn kunnen worden opgezegd, voldoende conservatief is, afgaande op het gedurende de waarnemingsperiode vergaarde bewijsmateriaal;
h) of de frequentie en het format waarmee de informatie over de in artikel 451 bedoelde posten openbaar wordt gemaakt, passend zijn;
i) wat voor elk van de overeenkomstig punt b) bepaalde bedrijfsmodellen het passende niveau voor de hefboomratio zou zijn;
j) of er voor elk niveau van de hefboomratio een bereik moet worden bepaald waarbinnen de percentages moeten liggen;
k) of er, indien de hefboomratio wordt ingevoerd als een vereiste voor de instellingen, wijzigingen nodig zijn in het hefboomratioraamwerk waarin deze verordening voorziet, en zo ja, welke;
l) of het invoeren van de hefboomratio als een vereiste voor de instellingen, het risico van buitensporig gebruik van hefboomwerking door die instellingen daadwerkelijk zou beperken, en zo ja, of het niveau voor de hefboomratio hetzelfde moet zijn voor alle instellingen dan wel moet worden bepaald naargelang het risicoprofiel en het bedrijfsmodel alsook de omvang van de instellingen, en welke bijkomende kalibraties of overgangsperiode er in laatstgenoemd geval vereist zouden zijn.
4. In het in lid 3 bedoelde verslag, dat ten minste de periode vanaf tot en met 30 juni 2016 bestrijkt, wordt ten minste het volgende onderzocht:
a) de impact van de invoering van de overeenkomstig artikel 429 bepaalde hefboomratio als een vereiste waaraan de instellingen moeten voldoen op:
i) de financiële markten in het algemeen en de markten voor retrocessietransacties, derivaten en gedekte obligaties in het bijzonder;
ii) de soliditeit van de instellingen;
iii) de bedrijfsmodellen en balansstructuren van de instellingen; in het bijzonder met betrekking tot onderdelen van het bedrijf waaraan een laag risico verbonden is, zoals stimuleringskredieten verleend door publieke ontwikkelingsbanken, kredietverlening aan gemeenten, financiering van niet-zakelijk onroerend goed en andere risicoarme activiteiten die volgens het nationale recht worden gereguleerd;
iv) de migratie van risicoblootstellingen naar entiteiten die niet aan prudentieel toezicht zijn onderworpen;
v) financiële innovatie, met name de ontwikkeling van instrumenten waarin de hefboomwerking ingebed is;
vi) het risicogedrag van instellingen;
vii) clearing, afwikkeling en bewaarneming en het beheer van een centrale tegenpartij;
viii) de cycliciteit van de kapitaalmaatstaf en de maatstaf voor de totale risicoblootstelling van de hefboomratio;
ix) de bancaire kredietverlening, met bijzondere aandacht voor kredietverlening aan kmo's, regionale en lokale overheden en publiekrechtelijke lichamen, en voor handelsfinanciering, met inbegrip van kredietverlening in het kader van officiële exportkredietverzekeringsregelingen;
b) de wisselwerking tussen de hefboomratio en de op risico gebaseerde eigenvermogensvereisten en de liquiditeitsvereisten zoals bepaald in deze verordening;
c) het effect van verslagleggingsverschillen tussen de standaarden voor jaarrekeningen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1606/2002, de standaarden voor jaarrekeningen uit hoofde van Richtlijn 86/635/EEG en andere toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen op de vergelijkbaarheid van de hefboomratio.