Art. 510 Verordening (EU) nr. 575/2013, Netto stabielefinancieringsvereisten

Verordening (EU) nr. 575/2013

1. Uiterlijk op 31 december 2015 brengt de EBA, op basis van de overeenkomstig deel 6, titel III, te rapporteren posten, aan de Commissie verslag uit over de vraag of en hoe op passende wijze kan worden gegarandeerd dat instellingen gebruik maken van stabiele financieringsbronnen, met inbegrip van een beoordeling van de impact op de activiteiten en het risicoprofiel van in de Unie gevestigde instellingen of op de financiële markten of de economie en de bancaire kredietverlening, met bijzondere aandacht voor kredietverlening aan kmo's en handelsfinanciering, met inbegrip van kredietverlening in het kader van officiële exportkredietverzekeringsregelingen en pass-through-financieringsmodellen, inclusief financiering van hypothecaire leningen op basis van looptijdenmatching. De EBA analyseert in het bijzonder de impact van stabiele bronnen van financiering op de herfinancieringsstructuren van de diverse bankbedrijfsmodellen in de Unie.

2. Uiterlijk op 31 december 2015 brengt de EBA, op basis van de overeenkomstig deel 6, titel III, te rapporteren posten en conform de in artikel 415, lid 3, punt a), bedoelde uniforme rapportageformats, en na raadpleging van het ESRB, aan de Commissie voorts verslag uit over de methodiek ter bepaling van het bedrag aan stabiele financiering dat beschikbaar is en vereist wordt voor instellingen, alsook over passende uniforme definities voor de berekening van een dergelijk netto stabielefinancieringsvereiste, waarbij in het bijzonder het volgende onderzocht wordt:

a) de categorieën en de wegingen die van toepassing zijn op de bronnen van stabiele financiering in artikel 427, lid 1;

b) de categorieën en de wegingen die van toepassing zijn ter bepaling van het stabielefinancieringsvereiste in artikel 428, lid 1;

c) de methodiek voorziet in prikkels, respectievelijk negatieve prikkels, om aan te zetten tot een stabielere en meer op de lange termijn gerichte financiering van activa, bedrijfsactiviteiten, investeringen en financiering van instellingen;

d) de behoefte aan ontwikkeling van verschillende methodieken voor verschillende soorten instellingen.

3. Uiterlijk op 31 december 2016 dient de Commissie, indien passend, en rekening houdend met de in lid 1 en lid 2 bedoelde verslagen en de diversiteit van de banksector in de Unie ten volle in aanmerking nemend, bij het Europees Parlement en de Raad een wetgevingsvoorstel in betreffende een aanpak om te bewerkstelligen dat instellingen van stabiele bronnen van financiering gebruik maken.

Vorige artikelen

Volgende artikelen