Art. 468 Verordening (EU) nr. 575/2013, Tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde winsten
1. In afwijking van artikel 35 onttrekken de instellingen, gedurende de periode vanaf 1 januari 2014 tot en met 31 december 2017, aan hun tier 1-kernkapitaalbestanddelen het toepasselijke percentage van de tegen reële waarde gemeten en in de balans opgevoerde niet-gerealiseerde winsten in verband met activa of verplichtingen, met uitsluiting van de in artikel 33 bedoelde posten en alle overige als onderdeel van de resultatenrekening opgevoerde niet-gerealiseerde winsten, uitgezonderd de winsten in verband met vastgoedbeleggingen. Het resulterende restbedrag wordt niet onttrokken aan de tier 1-kernkapitaalbestanddelen.
2. Voor de toepassing van lid 1 is het toepasselijke percentage gedurende de periode vanaf 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014 100 % en valt het na afloop van die periode binnen het volgende bereik:
a) 60 % tot 100 % gedurende de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015;
b) 40 % tot 100 % gedurende de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016;
c) 20 % tot 100 % gedurende de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017.
Met ingang van 1 januari 2015, indien een bevoegde autoriteit uit hoofde van artikel 467 verlangt dat instellingen in de berekening van hun tier 1-kernkapitaal. 100 % van hun tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde verliezen opnemen, kan die bevoegde autoriteit tevens toestaan dat instellingen in die berekening 100 % van hun tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde winsten opnemen.
Met ingang van 1 januari 2015, indien een bevoegde autoriteit uit hoofde van artikel 467 verlangt dat instellingen in de berekening van hun tier 1-kernkapitaal een percentage van hun tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde verliezen opnemen, mag het door die bevoegde autoriteit overeenkomstig lid 2 van dit artikel vastgestelde toepasselijke percentage van de niet-gerealiseerde winsten het overeenkomstig artikel 467 vastgestelde percentage van de niet-gerealiseerde verliezen niet overschrijden.
3. De bevoegde autoriteiten bepalen het toepasselijke percentage van de niet-gerealiseerde winsten in het in lid 2, punten a) tot en met c), gespecificeerde bereik dat niet aan het tier 1-kernkapitaal wordt onttrokken, en maken dit bekend.
4. In afwijking van artikel 33, punt c), nemen de instellingen gedurende de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2017 in hun eigen vermogen het in artikel 478 bepaalde toepasselijke percentage op van de tegen reële waarde gewaardeerde winsten of verliezen die voortvloeien uit hun eigen kredietrisico in verband met derivatenverplichtingen.