Art. 467 Verordening (EU) nr. 575/2013, Tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde verliezen
1. In afwijking van artikel 35 nemen de instellingen gedurende de periode vanaf 1 januari 2014 tot en met 31 december 2017 in de berekening van hun tier 1-kernkapitaalbestanddelen alleen het toepasselijke percentage op van de tegen reële waarde gemeten en in de balans opgevoerde niet-gerealiseerde verliezen in verband met activa of verplichtingen, met uitsluiting van de in artikel 33 bedoelde posten en alle overige als onderdeel van de resultatenrekening opgevoerde niet-gerealiseerde verliezen.
2. Voor de toepassing van lid 1 valt het toepasselijke percentage binnen het volgende bereik:
a) 20 % tot 100 % gedurende de periode vanaf 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014;
b) 40 % tot 100 % gedurende de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015;
c) 60 % tot 100 % gedurende de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016; en
d) 80 % tot 100 % gedurende de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017.
In afwijking van lid 1 kunnen de bevoegde autoriteiten, in de gevallen waarin die behandeling vóór 1 januari 2014 werd toegepast, toestaan dat instellingen niet-gerealiseerde winsten of verliezen op blootstellingen met betrekking tot centrale overheden, ingedeeld in de categorie "beschikbaar voor verkoop" van de bij EU-wetgeving bevestigde IAS 39, niet in enig bestanddeel van het eigen vermogen opnemen.
De in de tweede alinea vervatte behandeling wordt toegepast totdat de Commissie een verordening op grond van Verordening (EG) 1606/2002 heeft vastgesteld tot bevestiging van de internationale standaard voor financiële verslaglegging die IAS 39 gaat vervangen.
3. De bevoegde autoriteiten bepalen het toepasselijke percentage in het in lid 2, punten a) tot en met d), gespecificeerde bereik, en maken dit bekend.