Art. 415 Verordening (EU) nr. 575/2013, Rapportageverplichting en rapportageformat
1. De instellingen rapporteren de in de titels II en III bedoelde posten en de bestanddelen daarvan, met inbegrip van de samenstelling van hun liquide activa overeenkomstig artikel 416 aan de bevoegde autoriteiten in één valuta, ongeacht de valuta waarin de posten feitelijk luiden. Totdat het liquiditeitsdekkingsvereiste in deel 6 volledig is bepaald en uitgevoerd als een minimumnorm overeenkomstig artikel 460 rapporteren de instellingen de in titel II en bijlage III vermelde posten. De instellingen rapporteren de in titel III vermelde posten. Voor in titel II en bijlage III bedoelde posten wordt ten minste eenmaal per maand gerapporteerd en voor in titel III bedoelde posten ten minste eenmaal per kwartaal.
De rapportageformats omvatten alle vereiste informatie en maken het de EBA mogelijk te beoordelen of gedekte lenings- en gegarandeerde swaptransacties waarbij liquide activa bedoeld in artikel 416, lid 1, onder a), b) en c), zijn verkregen tegen zekerheden die niet voldoen aan de criteria van artikel 416, lid 1, onder a), b) en c)c), wel naar behoren zijn afgewikkeld.
2. Een instelling rapporteert de in lid 1 bedoelde posten afzonderlijk aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst in de hierna vermelde valuta wanneer zij:
a) geaggregeerde verplichtingen heeft in een andere valuta dan de valuta waarin wordt gerapporteerd uit hoofde van lid 1 ten belope van 5 % of meer van de totale verplichtingen van de instelling of van de enkele liquiditeitssubgroep; of
b) een belangrijk bijkantoor heeft overeenkomstig artikel 51 van Richtlijn 2013/36/EU in een lidstaat van ontvangst die een andere valuta hanteert dan de rapportagevaluta uit hoofde van lid 1 van dit artikel.
3. De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische uitvoeringsnormen tot nadere bepaling van:
a) uniforme formats en IT-oplossingen met bijbehorende aanwijzingen voor frequenties alsmede referentie- en inleverdata. De rapportageformats en -frequenties staan in verhouding tot de aard, de omvang en de complexiteit van de verschillende werkzaamheden van de instellingen en omvatten de overeenkomstig de leden 1 en 2 verlangde rapportage;
b) de noodzakelijke maatstaven voor het bewaken van de additionele liquiditeit, zodat de bevoegde autoriteiten zich een volledig beeld kunnen vormen van het liquiditeitsrisicoprofiel, die in verhouding staan tot de aard, de omvang en de complexiteit van de werkzaamheden van een instelling.
De EBA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen betreffende de in punt a) bedoelde materie uiterlijk 1 februari 2015, en betreffende de in punt b) bedoelde materie uiterlijk op 1 januari 2014 voor aan de Commissie.
Totdat er bindende liquiditeitsvereisten volledig zijn ingevoerd, kunnen de bevoegde autoriteiten doorgaan met het vergaren van informatie door middel van monitoringinstrumenten om toe te zien op de naleving van de bestaande nationale liquiditeitsnormen.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.
4. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst bieden de bevoegde autoriteiten en de nationale centrale bank van de lidstaten van ontvangst en de EBA op verzoek zonder uitstel elektronisch toegang tot de individuele rapportage overeenkomstig dit artikel.
5. De bevoegde autoriteiten die toezicht op geconsolideerde basis uitoefenen overeenkomstig artikel 112 van Richtlijn 2013/36/EU, verstrekken de onderstaande autoriteiten op verzoek zonder uitstel langs elektronische weg alle door de instelling gerapporteerde gegevens overeenkomstig de in lid 3 bedoelde uniforme rapportageformats:
a) de bevoegde autoriteiten en de nationale centrale bank van de lidstaten van ontvangst waar belangrijke bijkantoren overeenkomstig artikel 51 van Richtlijn 2013/36/EU van de moederonderneming of onder de zeggenschap van dezelfde financiële moederholding staande instellingen gesitueerd zijn;
b) de bevoegde autoriteiten die een vergunning hebben verleend aan dochterondernemingen van de moederinstelling of aan instellingen die onder de zeggenschap van dezelfde financiële moederholding staan, en de centrale bank van dezelfde lidstaat;
c) de EBA;
d) de ECB.
6. De bevoegde autoriteiten die een vergunning hebben verleend aan een instelling die een dochteronderneming is van een moederinstelling of een financiële moederholding, verstrekken de bevoegde autoriteiten die het toezicht op geconsolideerde basis uitoefenen overeenkomstig artikel 111 van Richtlijn 2013/36/EU, de centrale bank van de lidstaat waar aan de instelling een vergunning is verleend en de EBA op verzoek zonder uitstel langs elektronische weg alle door de instelling gerapporteerde gegevens overeenkomstig de in lid 3 bedoelde uniforme rapportageformats.