Art. 337 Verordening (EU) nr. 575/2013, Eigenvermogensvereiste voor securitisatie-instrumenten
1. Voor instrumenten in de handelsportefeuille die securitisatieposities zijn, weegt de instelling haar nettoposities zoals berekend overeenkomstig artikel 327, lid 1, met het volgende:
a) voor securitisatieposities die in de niet-handelsportefeuille van dezelfde instelling aan de standaardbenadering voor het kredietrisico zouden worden onderworpen, 8 % van het risicogewicht in het kader van de in titel II, hoofdstuk 5, afdeling 3 beschreven standaardbenadering;
b) voor securitisatieposities die in de niet-handelsportefeuille van dezelfde instelling aan de interneratingbenadering voor het kredietrisico zouden worden onderworpen, 8 % van het risicogewicht in het kader van de in titel II, hoofdstuk 5, afdeling 3 beschreven interneratingbenadering.
2. De in artikel 262 beschreven benadering met toezichthoudersformule kan worden toegepast indien de instelling in staat is ramingen van PD en in voorkomend geval de blootstellingswaarde en het LGD kan leveren als inputs voor de benadering met toezichthoudersformule overeenkomstig de voorwaarden voor de raming van die parameters in het kader van de interneratingbenadering overeenkomstig titel II, hoofdstuk 3.
Een instelling die geen initiërende instelling is en deze benadering voor dezelfde securitisatiepositie in haar niet-handelsportefeuille zou kunnen toepassen, mag dat alleen doen met toestemming van de bevoegde autoriteiten, die deze toestemming verlenen indien de instelling de in de eerste alinea geformuleerde voorwaarde vervult.
Ramingen van PD en LGD als inputs voor de benadering met toezichthoudersformule kunnen ook worden bepaald op basis van ramingen die worden afgeleid van een IRC-benadering voor een instelling die toestemming heeft gekregen om gebruik te maken van een intern model voor het specifiek risico van schuldinstrumenten. Deze laatste mogelijkheid mag alleen worden gebruikt met toestemming van de bevoegde autoriteiten, die wordt verleend indien de ramingen stroken met de kwantitatieve vereisten voor de in titel II, hoofdstuk 3, beschreven interneratingbenadering.
De EBA geeft overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 richtsnoeren voor het gebruik van als inputs gebruikte ramingen van PD en LGD wanneer die ramingen op een IRC-benadering worden gebaseerd.
3. Voor securitisatieposities waarop overeenkomstig artikel 407 een extra risicogewicht van toepassing is, wordt 8 % van het totale risicogewicht toegepast.
Behoudens voor securitisatieposities die worden behandeld overeenkomstig artikel 338, lid 4, bepaalt de instelling de som van haar uit de toepassing van dit artikel resulterende gewogen posities, ongeacht of het lange dan wel korte posities betreft, teneinde haar eigenvermogensvereiste met betrekking tot specifiek risico te berekenen.
4. In afwijking van de eerste alinea van lid 3 bepaalt de instelling, gedurende een overgangsperiode die eindigt op 31 december 2014, de som van haar gewogen netto lange posities en de som van haar gewogen netto korte posities als afzonderlijke bedragen. Het hoogste van deze bedragen vormt het eigenvermogensvereiste voor specifiek risico. De instelling stelt echter de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst ieder kwartaal in kennis van de totale som van haar gewogen netto lange posities en haar gewogen netto korte posities, uitgesplitst naar de soorten onderliggende activa.
5. Indien een initiërende instelling van een traditionele securitisatie de in artikel 243 vervatte voorwaarden voor de overdracht van een aanzienlijk deel van het risico niet vervult, neemt zij in de berekening van het eigenvermogensvereiste uit hoofde van dit artikel de gesecuritiseerde blootstellingen op in plaats van haar securitisatieposities die voortvloeien uit deze securitisatie.
Indien een initiërende instelling van een synthetische securitisatie de in artikel 244 vervatte voorwaarden voor de overdracht van een aanzienlijk deel van het risico niet vervult, neemt zij in de berekening van het eigenvermogensvereiste uit hoofde van dit artikel de gesecuritiseerde blootstellingen op die voortvloeien uit deze securitisatie, maar geen voor de gesecuritiseerde portefeuille verkregen kredietprotectie.