Art. 311 Verordening (EU) nr. 575/2013, Eigenvermogensvereisten voor blootstellingen ten aanzien van CTP's die niet langer aan bepaalde voorwaarden voldoen

Verordening (EU) nr. 575/2013

1. Een instelling past de in dit artikel vervatte behandeling toe indien een of meer van de volgende voorwaarden vervuld zijn:

a) de instelling heeft van een CTP de bij punt j), ii), van artikel 50 ter van Verordening (EU) nr. 648/2012 vereiste kennisgeving ontvangen dat de CTP is opgehouden met het berekenen van KCCP;

b) het is de instellingen, na een openbare aankondiging of kennisgeving van de bevoegde autoriteit van een CTP die door de instelling wordt gebruikt of van die CTP zelf, bekend dat de betrokken CTP niet langer zal voldoen aan de voorwaarden inzake vergunning of erkenning, naar gelang van het geval;

2. Indien alleen de voorwaarde van lid 1, punt a), is vervuld, onderzoekt de bevoegde autoriteit van de instelling de redenen waarom de CTP is opgehouden met het berekenen van KCCP.

Indien de bevoegde autoriteit de in de eerste alinea bedoelde redenen geldig acht, kan zij de instellingen in haar lidstaat toestaan de behandeling van artikel 310 toe te passen op hun transactieblootstellingen en bijdragen aan het wanbetalingsfonds van die CTP. Als zij die toestemming geeft, maakt zij de redenen voor haar besluit bekend.

Indien de bevoegde autoriteit de in de eerste alinea bedoelde redenen niet geldig acht, passen alle instellingen in haar lidstaat, ongeacht de behandeling die zij overeenkomstig artikel 301, lid 2, hebben gekozen, de behandeling van lid 3, punten a) tot en met d), van dit artikel toe.

3. Indien de voorwaarde van lid 1, punt b), is vervuld, ongeacht of de voorwaarde in punt a) van dat lid is vervuld, doet een instelling binnen drie maanden nadat de in punt b van dat lid, bedoelde omstandigheid zich heeft voorgedaan, of eerder indien de bevoegde autoriteit van de instelling dat verlangt, het volgende met betrekking tot haar blootstellingen ten aanzien van die CTP:

a) zij houdt op de behandeling toe te passen die zij overeenkomstig artikel 301, lid 2, heeft gekozen;

b) zij past de behandeling van artikel 306, lid 1, punt b), toe op haar transactieblootstellingen ten aanzien van die CTP;

c) zij past de behandeling van artikel 309 toe op haar voorgefinancierde bijdragen aan het wanbetalingsfonds van die CTP en voor haar niet-volgestorte bijdragen aan die CTP;

d) zij behandelt niet in punt b) en c) genoemde blootstellingen ten aanzien van die CTP als blootstellingen ten aanzien van een onderneming, conform de in hoofdstuk 2 vervatte standaardmethode voor kredietrisico's.

Vorige artikelen

Volgende artikelen