Art. 298 Verordening (EU) nr. 575/2013, Impact van de inaanmerkingneming van verrekening als risicoverminderend
1. De volgende behandeling is van toepassing op overeenkomsten inzake contractuele verrekening:
a) voor de toepassing van de afdelingen 5 en 6 wordt verrekening in aanmerking genomen als beschreven in die afdelingen;
b) in geval van schuldvernieuwingscontracten kunnen in plaats van de betrokken brutobedragen de bij die contracten vastgestelde nettobedragen worden gewogen.
Bij de toepassing van afdeling 3 kunnen de instellingen rekening houden met het schuldvernieuwingscontract bij het bepalen van:
i) de in artikel 274, lid 1, bedoelde actuele vervangingswaarde;
ii) de in artikel 274, lid 2, bedoelde notionele hoofdsommen of onderliggende waarden.
Bij de toepassing van afdeling 4 kunnen de instellingen bij het bepalen van het in artikel 275, lid 1, bedoelde notionele bedrag voor de berekening van de notionele hoofdsom rekening houden met het schuldvernieuwingscontract. In die gevallen passen de instellingen de percentages van tabel 3 toe.
c) In het geval van andere verrekeningsovereenkomsten passen de instellingen afdeling 3 als volgt toe:
i) voor de in een verrekeningsovereenkomst opgenomen contracten wordt de in artikel 274, lid 1, bedoelde actuele vervangingswaarde verkregen door de uit de overeenkomst resulterende feitelijke hypothetische nettovervangingswaarde in aanmerking te nemen. Indien de verrekening ertoe leidt dat de instelling die de nettovervangingswaarde berekent een nettobetalingsverplichting heeft, wordt de actuele vervangingswaarde op nul gesteld;
ii) het bedrag van de in artikel 274, lid 2, bedoelde potentiële blootstelling aan toekomstig kredietrisico wordt voor alle in een verrekeningsovereenkomst opgenomen contracten verlaagd overeenkomstig de onderstaande formule:
waarbij:
PCEred
=
het verlaagde bedrag van de potentiële blootstelling aan het toekomstig kredietrisico van alle contracten met een bepaalde tegenpartij die in een rechtsgeldige bilaterale verrekeningsovereenkomst zijn opgenomen;
PCEgross
=
de som van de bedragen van de potentiële blootstellingen aan het toekomstig kredietrisico van alle contracten met een bepaalde tegenpartij die in een rechtsgeldige bilaterale verrekeningsovereenkomst zijn opgenomen en worden berekend door de notionele hoofdsommen ervan te vermenigvuldigen met de in tabel 1 vermelde percentages;
NGR
=
de netto/bruto-ratio berekend als het quotiënt van de nettovervangingswaarde van alle contracten die zijn opgenomen in een rechtsgeldige bilaterale verrekeningsovereenkomst met een bepaalde tegenpartij (teller), en de brutovervangingswaarde van alle contracten die zijn opgenomen in een rechtsgeldige bilaterale verrekeningsovereenkomst met die tegenpartij (noemer).
2. Bij de berekening van de potentiële blootstelling aan toekomstig kredietrisico volgens de in lid 1 vervatte formule kunnen de instellingen in de verrekeningsovereenkomst opgenomen perfect matchende contracten behandelen als één enkel contract waarvan de notionele hoofdsom gelijk is aan de netto-opbrengsten.
Bij de toepassing van artikel 275, lid 1, kunnen de instellingen de in de verrekeningsovereenkomst opgenomen perfect matchende contracten behandelen als één enkel contract waarvan de notionele hoofdsom gelijk is aan de netto-opbrengsten; de notionele hoofdsommen worden vermenigvuldigd met de in tabel 3 vermelde percentages.
Voor de toepassing van dit lid wordt onder perfect matchende contracten verstaan valutatermijncontracten of soortgelijke contracten waarvan de notionele hoofdsom gelijk is aan de kasstromen, indien de kasstromen op dezelfde datum vervallen en geheel in dezelfde valuta luiden.
3. Voor alle overige in een verrekeningsovereenkomst opgenomen contracten kunnen de toe te passen percentages worden verlaagd overeenkomstig tabel 6:
Tabel 6
Oorspronkelijke looptijd
Rentecontracten
Valutacontracten
Eén jaar of korter
0,35 %
1,50 %
Langer dan één jaar maar niet langer dan twee jaar
0,75 %
3,75 %
Extra tegemoetkoming voor ieder jaar extra
0,75 %
2,25 %
4. In het geval van rentecontracten kunnen de instellingen, indien de bevoegde autoriteiten daartoe toestemming hebben verleend, hetzij de oorspronkelijke hetzij de resterende looptijd kiezen.